Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het verzoek
Wraking Leden m r M.W.C .Feteris - E.F. Faase. - J.A. R van Eijsden.
Hoge Raad
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden M.W.C. Feteris, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden die betrokken zijn bij de behandeling van zijn cassatiezaak onder nummer 22/00958. Het verzoek werd ingediend op 22 juni 2023, kort voor de geplande uitspraak op 30 juni 2023.
De Hoge Raad beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 8:16 lid 2 Awb Pro, dat vereist dat een wrakingsverzoek gemotiveerd moet zijn met concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters in twijfel trekken. Het verzoek van verzoeker bevatte echter geen concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het verzoek misbruik van procesrecht betrof, mede gezien de frequentie waarmee verzoeker soortgelijke wrakingsverzoeken indient in belastingzaken. Daarom werd het verzoek buiten behandeling gesteld en bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in dezelfde zaak niet in behandeling zal worden genomen.
De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld en een volgend verzoek in dezelfde zaak wordt niet in behandeling genomen.