Uitspraak
1.Verzoek om veroordeling in de proceskosten
Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.M. Bothof, heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft nadien het beroep in cassatie ingetrokken.
Hoge Raad
Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die zijn gemaakt in het cassatieberoep tegen een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
De Staatssecretaris had het beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar trok dit beroep later in. Belanghebbende vroeg vervolgens om vergoeding van de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt voor de behandeling van het cassatieberoep. De vergoeding werd vastgesteld op €1.674, berekend volgens de geldende normen van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën tot betaling van €1.674 aan proceskosten aan belanghebbende.