ECLI:NL:HR:2023:1222
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over proceskostenverdeling in belastingzaken wegens discriminatieverbod
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland die het verzet tegen eerdere uitspraken ongegrond verklaarde en proceskosten vaststelde op basis van een gedifferentieerde waarde per punt. De Rechtbank had voor de berekening van de proceskosten de waarde per punt uit onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht toegepast, waarbij sinds 1 juli 2021 een onderscheid werd gemaakt voor belastingzaken.
Het middel in cassatie betoogde dat deze differentiatie in strijd is met het discriminatieverbod en dat de hogere waarde per punt uit punt 2 van onderdeel B1 had moeten gelden. De Hoge Raad sluit zich aan bij eerdere rechtspraak (HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752) en oordeelt dat het onderscheid niet gerechtvaardigd is, waardoor het middel slaagt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak dat de proceskosten voor het verzet betreft en veroordeelt de Staat in de proceskosten van belanghebbende, waarbij de waarde per punt wordt berekend conform de actuele regeling van januari 2023 (€ 837 per punt). Tevens wordt de Staat veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en het geding bij de Rechtbank.
De overige klachten tegen de uitspraak van de Rechtbank worden ongegrond verklaard zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de uitspraak over proceskosten en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten conform de actuele waarde per punt.