ECLI:NL:HR:2023:1254
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake overdrachtsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, die op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een door belanghebbende betaalde overdrachtsbelasting. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat het volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie niet noodzakelijk was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 15 september 2023 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de raadsheren Wortel, Cools en van der Voort Maarschalk betrokken waren. Het cassatieberoep is daarmee ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.