ECLI:NL:GHDHA:2022:2502
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing overdrachtsbelasting bij activa-overname zonder bedrijfsopvolging
Belanghebbende heeft overdrachtsbelasting betaald over de verkrijging van een onroerende zaak die zij via een activa-transactie heeft verkregen na het faillissement van de oorspronkelijke eigenaar. De rechtbank heeft geoordeeld dat geen sprake is van gelijke gevallen met een aandelenovername, omdat niet alle activa en passiva zijn overgenomen en dus geen bedrijfsopvolging plaatsvond. De rechtbank wees het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel af.
In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel. Het hof stelt dat een aandelenovername waarbij alle activa en passiva worden overgenomen niet gelijk is aan een gedeeltelijke activa-overname. Ook de stelling dat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling ongelijk wordt toegepast bij faillissementssituaties wordt verworpen, omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en de vrijstelling beperkt is tot familieleden in de neerdalende lijn.
Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad die de fiscale beoordelingsvrijheid bevestigt en benadrukt dat er geen sprake is van ongerechtvaardigde discriminatie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de heffing van overdrachtsbelasting bevestigd.