Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 mei 2022, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit grootschalige hennepteelt werd toegewezen. Het hof had de methode van uitgebreide kasopstelling toegepast conform art. 36e lid 3 Sr en had een betalingsverplichting vastgesteld.
De betrokkene stelde onder meer dat het hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel had moeten volstaan met een vermindering van de betalingsverplichting met € 5.000, gezien de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de betrokkene niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform art. 81 lid 1 Wet Pro RO.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.