Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een jeugdige tegen een beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tot verlenging van een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. De verzoeker stelde dat het cassatieberoep ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 6:6:1 lid 1 en Pro artikel 6:6:7 van Pro het Wetboek van Strafvordering tegen rechterlijke beslissingen inzake tenuitvoerlegging geen gewoon rechtsmiddel openstaat, tenzij in hoofdstuk 6 van Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering anders is bepaald. Artikel 6:6:31 Sv Pro regelt de verlenging van de maatregel, en artikel 6:6:37 lid 2 Sv Pro biedt hoger beroep tegen zo’n beslissing, maar hoofdstuk 6 van Boek 6 bevat geen bepaling die cassatieberoep tegen deze beslissing toestaat.
Daarom kan de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling nemen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de beperkte rechtsmiddelen tegen beslissingen over de tenuitvoerlegging van PI-maatregelen voor jeugdigen, waarbij cassatie niet openstaat.
De uitspraak is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren van Strien en Kooijmans, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 3 oktober 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is niet-ontvankelijk verklaard.