ECLI:NL:PHR:2023:679
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verlenging PIJ-maatregel door hof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden die de PIJ-maatregel voor de verzoeker met twee jaar verlengde. De oorspronkelijke maatregel was opgelegd door een Belgische jeugdrechtbank en erkend in Nederland. De verzoeker stelde dat de verlenging neerkomt op een verzwaring van de sanctie, wat in strijd zou zijn met het rechtsmiddelenverbod en het beginsel van wederzijdse erkenning.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van de Nederlandse wetgeving tegen verlengingen van PIJ-maatregelen geen cassatieberoep openstaat, maar wel beroep bij het hof. De doorbrekingsleer, die in uitzonderlijke gevallen het rechtsmiddelenverbod kan doorbreken, wordt door de strafkamer van de Hoge Raad niet gevolgd. Daarom is het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
De conclusie benadrukt dat de verzoeker nog wel een gang naar de civiele rechter als restrechter openstaat. De zaak illustreert de strikte toepassing van het rechtsmiddelenverbod bij verlengingen van PIJ-maatregelen en bevestigt het belang van het beginsel van wederzijdse erkenning van buitenlandse jeugdrechtelijke maatregelen.
De conclusie is uitgebracht door de procureur-generaal bij de Hoge Raad, T.N.B.M. Spronken, op 11 juli 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de verlenging van de PIJ-maatregel is niet-ontvankelijk verklaard.