ECLI:NL:HR:2023:1379

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
22/03057
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:119 lid 2 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak hof over eigendom strook grond tussen buren

In deze zaak gaat het om een geschil tussen buren over de eigendom van een strook grond. De kern van het geschil betreft de uitleg van een leveringsakte en de mogelijke miskenning van artikel 3:119 lid 2 BW Pro.

De procedure begon bij de rechtbank Oost-Brabant met vonnissen in februari en augustus 2020, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 5 juli 2022 een arrest wees. De eiser stelde tegen dit arrest cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van de eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de zaak niet inhoudelijk gemotiveerd omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vicepresident Polak als voorzitter en de raadsheren Schaafsma en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03057
Datum6 oktober 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: A.C. van Schaick,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: J.C. Zevenberg.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8143135 \ CV EXPL 19-7644 van de rechtbank Oost-Brabant van 6 februari 2020 en 20 augustus 2020;
b. het arrest in de zaak 200.302.676/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 juli 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
6 oktober 2023.