ECLI:NL:HR:2023:1387
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt proceskostenvergoeding in BPM-beschikking wegens strijd met discriminatieverbod
Belanghebbende voerde beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat zijn beroepen tegen BPM-belastingen ongegrond verklaarde en proceskosten toekende volgens een gedifferentieerde waarde per punt.
De Rechtbank had eerder de beroepen ongegrond verklaard maar de Staat en Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank voor een deel en kende teruggaven toe.
De Hoge Raad oordeelt dat de differentiatie in de waarde per punt in onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, toegepast door het Hof, in strijd is met het discriminatieverbod. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover het de proceskosten betreft en past de waarde per punt aan naar de waarde die geldt bij het arrest, conform de Ministeriële regeling van 12 december 2022.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten in cassatie, terwijl de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep en rechtbankfase. De overige klachten worden ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 6 oktober 2023 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de proceskosten betreft en past de waarde per punt aan naar € 837 conform de Ministeriële regeling van december 2022.