Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
6 oktober 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoekster cassatieberoep ingesteld tegen beschikkingen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba die betrekking hebben op de vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) en de nietigheid van dubbele erkenning volgens artikel 330 van Pro het Burgerlijk Wetboek Nederlandse Antillen (BWNA).
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere prejudiciële beslissing van 25 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:332) over de uitleg van het begrip 'geboorteakte' in artikel 1:209 BW Pro. De klachten van verzoekster over de beschikkingen van het hof zijn beoordeeld, maar de Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikkingen.
De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het beantwoorden van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikkingen van het hof zonder nadere motivering.