Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve opmerking over de kwalificatie en de sanctieoplegging
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
10 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor eenvoudige belediging van het basisteam van de politie-eenheid Midden-Nederland in de periode januari tot mei 2017. Het hof kwalificeerde het feit als eenvoudige belediging met toepassing van de toen geldende strafverzwarende bepaling voor belediging van openbaar gezag.
De Hoge Raad oordeelt dat de wetswijziging per 1 januari 2020, waarbij de strafverzwarende omstandigheid voor belediging van openbaar gezag werd geschrapt, niet ten gunste van de verdachte werkt. De belediging blijft strafbaar als eenvoudige belediging van een openbare instelling. Hierdoor kon het hof terecht toepassing geven aan de oude strafverzwarende bepaling.
Verder merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, maar dat dit gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van twintig uur geen aanleiding geeft tot een ander rechtsgevolg. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor eenvoudige belediging van openbaar gezag blijft in stand.