Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het tweede namens het openbaar ministerie voorgestelde middel
Beslag
“Ik zag dat dit afbeeldingen zijn die in een normale en natuurlijke setting zijn gemaakt, waaronder op vakantie of in de huiselijke sfeer.”
“In geen van de foto’s gaat het om kinderpornografisch materiaal.”
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Beslag
1. Inleiding
“Onder inbeslagneming van eenig voorwerp wordt verstaan het onder zich nemen of gaan houden van dat voorwerp ten behoeve van de strafvordering”.Binnen de systematiek van het Wetboek van Strafvordering bestaat in zijn algemeenheid geen mogelijkheid om iets anders in beslag te nemen dan een voorwerp. Weliswaar bieden de artikelen 125i en 125j Sv de mogelijkheid om – kort gezegd – in het belang van het onderzoek gegevens vast te leggen, doch dat is niet op één lijn te stellen met het in casu op de laptop rustende beslag, alleen al niet omdat van die gegevens geen verbeurdverklaring kan worden gevorderd.
‘in accordance with the law’) en de voorwaarde dat de inbreuk noodzakelijk is in een democratische samenleving (
‘necessary in a democratic society’). Bij deze laatste voorwaarde gaat het om de vraag of de inmenging in de rechten proportioneel te achten is. Lidstaten hebben hier een zekere appreciatiemarge. Voorts stelt het Europees Hof als voorwaarde aan een toegelaten inbreuk het nastreven van een legitiem doel (
‘legitimate aim’).
Vinci Construction et GTM génie Civil et Services/Frankrijk), par. 76, EHRM 14 maart 2013, nr. 24117/08 (
Bernh Larsen Holding As a.o./Noorwegen), par. 173 e.v.). Het Europees Hof vereist echter wel dat er waar mogelijk een onderscheid tussen relevante en irrelevante informatie wordt gemaakt (EHRM 30 mei 2017, nr. 32600/12 (
Trabajo Rueda/Spanje) par. 45; EHRM 3 juli 2012, nr 30457/06 (
Robathin/Oostenrijk), par. 52 en EHRM 30 september 2014, nr. 8429/05 (
Prezhdarovi/Bulgarije), par. 49 en 50). Als er geen voorafgaande inhoudelijke rechterlijke controle op het beslag is geweest, zoals in het onderhavige geval, hecht het Europees Hof bijzondere waarde aan de aanwezigheid van effectieve rechterlijke controle achteraf, waarbij in het geval waarin het gaat om in beslag genomen gegevensdragers, de relevantie van de in beslag genomen gegevens wordt bezien. In dit verband wijst het Hof met name op de rechtsoverwegingen 49 en 50 uit EHRM 30 september 2014, nr. 8429/05 (
Prezhdarovi/Bulgarije):
4 wekenna het wijzen van dit tussenarrest door de politie te worden uitgenodigd op een door de politie te bepalen locatie, teneinde in de gelegenheid te worden gesteld om – samen met en onder begeleiding van een verbalisant, en gedurende een tijdsbestek van
maximaal een dagdeel, – een (beperkte) selectie te maken van het niet-strafbare privé beeldmateriaal op de harde schijf van de laptop die hij in kopie wenst te ontvangen.
2 maandenna het wijzen van dit tussenarrest aan het hof te worden verzonden.
134 videobestanden en 494 fotobestandenaangewezen, die hij terug wilde hebben;
Juridisch kader en voorafgaande beschouwingen
NJ2019/10 geoordeeld dat “de opvatting dat de afzonderlijke bestanden/gegevens op een gegevensdrager evenzovele voorwerpen zijn waarop het beslag rust en zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen als bedoeld in art. 36b Sr” geen steun vindt in het recht. [3] Hieruit volgt dat wanneer de rechter beslist een gegevensdrager aan het verkeer te onttrekken, deze beslissing ook de daarop opgeslagen bestanden/gegevens omvat en deze bestanden/gegevens dus ook aan het verkeer worden onttrokken. Het wettelijk kader verschaft geen mogelijkheid losse gegevens die op een gegevensdrager staan terug te geven. [4]
Iliya Stefanov, cited above, § 38). The Court cannot speculate on the existence of personal information on the computers but notes that on no occasion did the domestic authorities take account of the applicants’ complaint in this connection: the court that approved the measure did not consider the scope of the operation and did not make a distinction between information which had been necessary for the investigation and information which had not been relevant; during the investigation the applicants requested the return of the computers, arguing that they contained personal information, but neither the prosecutor nor the relevant courts scrutinised that assertion (see paragraphs 22-24 above). While the Court accepts that, as a matter of principle, the retention of the computers for the duration of the criminal proceedings pursues the legitimate aim of securing physical evidence in an ongoing criminal investigation (see,
mutatis mutandis,
Atanasov and Ovcharov v. Bulgaria, no. 61596/00, § 70, 17 January 2008), the lack of any consideration of the relevance of the seized information for the investigation and of the applicants’ complaint regarding the personal character of some of the information stored on the computers rendered the judicial review formalistic and deprived the applicants of sufficient safeguards against abuse.
Broniowski tegen Polenheeft het EHRM daarover het volgende in verband met art. 1 Eerste Pro Protocol EVRM overwogen:
Sporrong and Lönnroth, cited above, p. 26, § 69).
Sporrong and Lönnroth, p. 28, § 73, and
The former King of Greece and Others, §§ 89-90, both cited above, with further references).
Vasilescu v. Romania, judgment of 22 May 1998,
Reports of Judgments and Decisions1998-III, p. 1078, § 51;
Beyeler, cited above, §§ 110
in fine, 114 and 120
in fine; and
Sovtransavto Holding, cited above, §§ 97-98).” [13]
Pendov tegen Bulgarije– waarin het ging om een strafrechtelijk onderzoek waarin een in beslag genomen server door de autoriteiten werd vastgehouden – overwoog het Hof dat voor de proportionaliteitstoets moest worden gekeken naar de duur van de inbeslagneming, de noodzakelijkheid ervan, de gevolgen ervan voor de betrokkene en het handelen en nalaten van de bevoegde autoriteiten. [14]
Stołkowski tegen Polen, over de inbeslagneming van een auto om de betaling van strafrechtelijke boetes zeker te stellen, waarbij die auto door langdurige opslag in de buitenlucht sterk achteruit was gegaan. In deze zaak overweegt het EHRM het volgende:
4.Het eerste namens het openbaar ministerie voorgestelde middel
NJ2007/279 had het hof de onttrekking aan het verkeer van een imitatiewapen en een “mortier 81 M 81 mm” gelast onder de voorwaarde dat “onherroepelijk afwijzend is beslist op het voor dat voorwerp door of namens de verdachte op een datum voor heden gedaan verzoek om ontheffing in de zin van artikel 4 van Pro de Wet wapens en munitie”. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het hof en overwoog daartoe dat de wet niet de mogelijkheid kent om de effectuering van de onttrekking aan het verkeer afhankelijk te stellen van een voorwaarde. In HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:471,
NJ2023/165 had de rechtbank de vordering van de officier van justitie op grond van art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen hond afgewezen en de teruggave van een inbeslaggenomen hond gelast onder de voorwaarde dat de hond buitenshuis zou worden gemuilkorfd en aangelijnd. De Hoge Raad casseerde om een andere reden, maar merkte onder verwijzing naar HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1573,
NJ2021/358 nog wel op de rechtbank in de art. 552a Sv-procedure de teruggave zal kunnen gelasten, maar daaraan geen voorwaarden kan verbinden. In HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1573,
NJ2021/358 merkte de Hoge Raad – eveneens ten overvloede – op dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid dat de rechter die oordeelt over een klaagschrift als bedoeld in art. 552a lid 1 Sv voorwaarden verbindt aan de teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp. In deze zaak had de officier van justitie voorgesteld het klaagschrift van de klager ten aanzien van het voortduren van het beslag op een inbeslaggenomen hond gegrond te verklaren onder de voorwaarde dat “daarbij streng toezicht moet worden gehouden op de naleving van alle voorwaarden die in de gedragsrapportage geschetst zijn”. De Hoge Raad lijkt dus van opvatting te zijn dat er geen voorwaarden kunnen worden gesteld aan het aan het verkeer onttrekken van een inbeslaggenomen voorwerp, omdat de wet die mogelijkheid niet kent.
5.Het namens de verdachte ingestelde middel
Motivering van de op te leggen straf en maatregel