Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
In het geval dat de verdediging ondanks dit nodige initiatief beperkingen heeft ondervonden in de mogelijkheid om de authenticiteit en de betrouwbaarheid van het bewijs te betwisten – bijvoorbeeld omdat de persoon die de betreffende uitlatingen heeft gedaan, niet kan worden gehoord als getuige – moet worden beoordeeld of het gebruik van dergelijke uitlatingen voor het bewijs in overeenstemming is met het in artikel 6 EVRM Pro gegarandeerde recht op een eerlijk proces en de daaraan verbonden notie van de ‘overall fairness of the trial’. Bij deze beoordeling komt betekenis toe aan onder meer de aard van de uitlatingen, de door de verdediging verstrekte toelichting op haar betwisting van de uitlatingen en haar belang bij het verzochte onderzoek, de reden waarom het door de verdediging verzochte onderzoek niet kan worden uitgevoerd, het gewicht van de uitlatingen – binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek – voor de bewezenverklaring van het feit en het bestaan van compenserende factoren voor het ontbreken van een mogelijkheid om het betreffende bewijs te kunnen betwisten.
De verdediging is in hoger beroep in de gelegenheid gesteld om [betrokkene 7] te ondervragen, maar hij heeft zich beroepen op het hem toekomende verschoningsrecht. Daarmee was er een geldige reden waarom hij niet als getuige kon worden ondervraagd.
Daarnaast berust het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte bij de gewapende overval en de poging daartoe niet in beslissende mate op de uitlatingen van [betrokkene 7] , maar volgt die betrokkenheid ook uit de onder 2.3.2, sub a, b en d, weergegeven telefonische contacten op de dag waarop de Renault Express is aangetroffen, de bij de verdachte aangetroffen aantekeningen en de genoemde tap- en OVC-gesprekken.
Verder heeft het hof in aanmerking genomen dat compensatie is geboden voor de door de verdediging ondervonden beperkingen bij het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de uitlatingen van [betrokkene 7] , nu de verdediging de audio-opnames van het gesprek van 17 juni 2013 heeft kunnen beluisteren, zodat de verdediging zich daarmee een beeld heeft kunnen vormen van de wijze waarop de uitlatingen zijn gedaan en van het verloop van de betreffende gesprekken.
Het hof heeft ook de uitlatingen op betrouwbaarheid onderzocht in samenhang met het overige bewijsmateriaal. Het hof heeft daarbij betekenis toegekend aan de omstandigheid dat [betrokkene 7] nooit heeft ontkend dat het gesprek, waarin hij de voor het bewijs gebruikte uitlatingen heeft gedaan, betrekking heeft op de gewapende overval en de poging daartoe, terwijl het hof uitvoerig gemotiveerd heeft uiteengezet dat de verklaring die [betrokkene 7] op de terechtzitting van de rechtbank – aan de hand van een briefje – heeft gegeven voor de (dader)wetenschap die hij in het OVC-gesprek zou hebben geuit, ongeloofwaardig is.
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
17 oktober 2023.