Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1547

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
21/04871
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311.1.4 SrArt. 359 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen diefstal en beoordeling redelijke termijn

De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen diefstal tot een gevangenisstraf van negen maanden. De verdediging voerde onder meer aan dat de herkenning van verdachte door opsporingsambtenaren onbetrouwbaar was en dat de redelijke termijn was overschreden.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof het verweer over de herkenning terecht niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van artikel 359 lid 2 Sv Pro hoefde te behandelen, omdat het verweer onderdeel was van het algemene vrijspraakverweer. Ook was het oordeel van het hof over de herkenning niet onbegrijpelijk.

Ten aanzien van de redelijke termijn stelde de Hoge Raad vast dat het hof voldoende duidelijk had gemaakt hoe het de overschrijding van ongeveer tweeënhalve maand had verdisconteerd in de strafmaat, door een matiging toe te passen en dit inzichtelijk te maken in het arrest.

Het beroep in cassatie werd daarom verworpen en de veroordeling en strafoplegging van het hof bleven in stand.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling medeplegen diefstal met negen maanden gevangenisstraf.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04871
Datum14 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2021, nummer 21-004549-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in de zaak met parketnummer 05-245559-18 in strijd met de tweede volzin van het tweede lid van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de onbetrouwbaarheid van de herkenningen van de verdachte door opsporingsambtenaren.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 12.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het tweede cassatiemiddel klaagt dat het hof niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn heeft verdisconteerd in de opgelegde straf.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 15 tot en met 22.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2023.