Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
4.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
5.Beslissing
14 november 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op productie van heroïne en het niet voldoen aan meldplichten onder Verordeningen 273/2004 en 111/2005.
Het hof had geoordeeld dat verdachte als 'marktdeelnemer' in de zin van genoemde verordeningen kon worden aangemerkt en veroordeelde hem ook voor het niet naleven van meldplichten. De Hoge Raad herhaalde de uitleg van het begrip 'marktdeelnemer' uit een eerder arrest (HR 2023:766) en oordeelde dat verdachte vanwege zijn betrokkenheid bij illegale activiteiten met geregistreerde stoffen niet als marktdeelnemer kan worden beschouwd.
Daarmee kon het bestanddeel 'marktdeelnemer' voor het niet voldoen aan meldplichten niet bewezen worden verklaard. De Hoge Raad sprak verdachte vrij van die tenlastelegging en vernietigde het hofarrest voor zover het de strafoplegging en dat feit betreft, met terugwijzing voor nieuwe berechting van de strafoplegging. De veroordeling voor het voorbereiden van Opiumwetdelicten blijft in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het niet voldoen aan meldplicht en zaak wordt terugverwezen voor nieuwe strafoplegging.