ECLI:NL:HR:2023:1578
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens onjuistheid ex-rental correctie in taxatiemethode
Belanghebbende, een B.V., maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij behorende belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland en hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de wijze waarop de handelsinkoopwaarde van een personenauto werd vastgesteld, waarbij het hof een correctie toepaste voor de variabele 'ex-rental'. De Hoge Raad volgde het oordeel uit een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2023:1499) en oordeelde dat het hof de handelsinkoopwaarde verder moest verlagen met het bedrag van de ex-rental correctie.
Hierdoor werd de naheffingsaanslag verminderd tot € 873 en de belastingrente dienovereenkomstig aangepast. Tevens werden de proceskosten verdeeld tussen de Staatssecretaris en de Inspecteur, waarbij de Staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde de eerdere uitspraken behalve de beslissingen omtrent griffierechten en proceskosten, en bepaalde de nieuwe naheffingsaanslag en belastingrente.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 873 met aangepaste belastingrente en proceskostenveroordelingen.