ECLI:NL:HR:2023:1593

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
23/01889
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om dit gebrek binnen zes weken te herstellen, maar de ingediende brief kwam na deze termijn binnen en werd daarom buiten beschouwing gelaten.

De Hoge Raad besloot het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen aanleiding daarvoor bestond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 november 2023.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het tijdig en volledig indienen van de gronden in een cassatieprocedure en bevestigt dat het niet naleven van deze vereisten kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/01889
Datum17 november 2023
ARREST
op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 april 2023, nr. 21/01161 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 23 mei 2023 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld dat verzuim binnen zes weken na die datum te herstellen. Die termijn eindigde op 4 juli 2023.
Op 11 juli 2023 heeft de Hoge Raad via het webportaal een brief van belanghebbende ontvangen. Aangezien die brief na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, laat de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie met toepassing van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2023.