Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 november 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond centraal of het waterschap strafrechtelijke immuniteit toekomt voor het plaatsen van onbeschermde muskusratklemmen die mogelijk bevers in hun natuurlijke verspreidingsgebied konden doden of vangen, in strijd met artikel 3.5 lid 1 van de Wet natuurbescherming.
Het hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk omdat het waterschap volgens het hof immuniteit genoot. Het hof baseerde zich op het criterium dat de gedraging exclusief door bestuursfunctionarissen in het kader van een overheidstaak moet worden verricht. Het hof vond dat het plaatsen van de klemmen onderdeel was van de wettelijke taak van het waterschap om schade aan waterstaatswerken door muskus- en beverratten te voorkomen.
De Hoge Raad herhaalde het relevante criterium uit het arrest Pikmeer II dat strafrechtelijke immuniteit slechts geldt indien de gedraging niet anders dan door bestuursfunctionarissen kan worden verricht bij de uitvoering van een aan het openbaar lichaam opgedragen taak. Hoewel het hof de juiste maatstaf hanteerde, oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte aannam dat het feitelijk plaatsen van de klemmen niet door anderen dan bestuursfunctionarissen kan worden verricht. Daarom is het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij de strafrechtelijke immuniteit van het waterschap opnieuw moet worden beoordeeld aan de hand van de juiste maatstaf.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting over de immuniteit van het waterschap.