Conclusie
Nummer22/01250 E
middelbevat de klacht dat 's hofs oordeel dat bij de beoordeling van de vraag of aan de verdachte strafrechtelijke immuniteit toekomt beslissend is of de tenlastegelegde gedraging exclusief is in die zin dat zij niet anders dan in het kader van een overheidstaak kan worden verricht, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl ook 's hofs oordeel dat de tenlastegelegde gedraging gezien de door het Hof weergegeven parlementaire geschiedenis bezwaarlijk anders kan worden verricht dan door bestuursfunctionarissen in het kader van de uitvoering van de aan het waterschap opgedragen bestuurstaak, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans niet zonder meer begrijpelijk is.
Tenlastelegging; ’s hofs overwegingen
‘Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De Wet natuurbescherming, de Waterschapswet en de Waterwet
Bestuurlijke organisatie bestrijding