Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
24 november 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft de vraag of een uitkering uit een levensverzekering, die aan de echtgenote van de erflater in privé toekomt en is gebruikt voor aflossing van een hypothecaire schuld die tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort, moet worden betrokken bij de vaststelling van de geldvorderingen van (stief)kinderen op de echtgenote bij wettelijke verdeling volgens art. 4:13 lid 3 BW Pro.
De erflater was gehuwd met de tweede echtgenote met een wettelijke gemeenschap van goederen, uitgezonderd de levensverzekering. Na het overlijden van de erflater keerde ASR € 400.000 uit aan de echtgenote, die dit bedrag aan Direktbank betaalde ter gedeeltelijke aflossing van de hypotheek.
De kantonrechter stelde de geldvorderingen van de (stief)kinderen laag vast omdat de uitkering aan de echtgenote toekwam en niet tot de nalatenschap behoorde. Het hof vernietigde dit en verhoogde de vorderingen aanzienlijk, stellende dat de uitkering wel moest worden betrokken bij de nalatenschap.
De Hoge Raad oordeelt dat de uitkering aan de echtgenote in privé viel en niet tot de nalatenschap behoorde, en dat de betaling aan Direktbank ten laste van haar privévermogen kwam. Het hof heeft ten onrechte de feitelijke grondslag van het verzoek aangevuld en zonder nadere motivering de uitkering betrokken bij de nalatenschap. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug, waarbij de uitkering uit de levensverzekering niet wordt betrokken bij de geldvorderingen van de (stief)kinderen.