ECLI:NL:HR:2023:1638
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in belastingzaak over aanslag 2019
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 juli 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 24 november 2023 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en de rechtbank over de aanslag inkomstenbelasting 2019 zonder inhoudelijke bespreking van de fiscale gronden van het geschil.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.