ECLI:NL:HR:2023:1647

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
22/04643
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 332 lid 1 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens overschrijding appelgrens na inhoudelijke behandeling

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van [betrokkene] tegen de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door DUO, behandeld. Het geschil betreft een civielrechtelijke procedure waarin het hof Arnhem-Leeuwarden op 13 september 2022 een arrest heeft gewezen. [Betrokkene] stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, terwijl DUO verstek liet gaan.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en de arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden die aan deze procedure ten grondslag liggen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van [betrokkene] schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van [betrokkene] beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en [betrokkene] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van DUO nihil zijn begroot. Het arrest is uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock en gewezen door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid door overschrijding van de appelgrens.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04643
Datum24 november 2023
ARREST
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [betrokkene],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN, vertegenwoordigd door de DIENST UITVOERING ONDERWIJS,
gevestigd te Groningen,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: DUO,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/183598/HA ZA 18-86 van de rechtbank Noord-Nederland van 5 december 2018, 4 september 2019, 22 juli 2020 en 27 januari 2021;
b. de arresten in de zaak 200.295.506/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juli 2021 en 13 september 2022.
[betrokkene] heeft tegen het arrest van het hof van 13 september 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen DUO is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [betrokkene] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [betrokkene] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DUO begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
24 november 2023.