Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
3.Procesverloop
“hoogst waarschijnlijk”door betrokkene zijn vervaardigd. [9]
19 oktober 2021 om 9:30 uur.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
(…) het principieel belang dat rechtszoekenden hun zaak ter toetsing kunnen voorleggen aan een hogere rechter en het praktisch belang dat grenzen moeten worden gesteld aan het beslag dat wordt gelegd op het gerechtelijk apparaat en overheidsmiddelen.” [24]
Zonweg/Staatuit 1996 dat een beroep op een
schendingvan de wettelijke regel van appellabiliteit ook mogelijk is wanneer een partij zich in hoger beroep
nietop die regel heeft beroepen: [26]
nietis gebeurd. In dat scenario is de zaak in hoger beroep reeds inhoudelijk behandeld, maar dat staat kennelijk niet in de weg aan een geslaagd beroep op art. 332 lid 1 Rv Pro. Daaruit volgt dat een
aanvangmet de inhoudelijke behandeling van de zaak evenmin in de weg staat aan de ambtshalve toepassing van art. 332 lid 1 Rv Pro.
[kan]beslissen dat de eiser dan wel de verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. Daaraan staat niet in de weg dat in een eerder stadium van de behandeling van de zaak is beslist dat art. 80a RO niet voor toepassing in aanmerking komt en dat zal worden voortgeprocedeerd.”
uitsluitend ertoe strekt om een schikking te beproeven of om inlichtingen in te winnen. Dat is evenwel anders indien een dergelijke mondelinge behandeling in werkelijkheid (ook) wordt benut om partijen in de gelegenheid te stellen hun stellingen toe te lichten. In dat laatste geval zal aan partijen alsnog gelegenheid moeten worden gegeven om een nadere mondelinge behandeling te verzoeken ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. (…).”