ECLI:NL:HR:2023:1715
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over schenking bij verkoop onroerende zaken en verwijst naar Hof ’s-Hertogenbosch
Belanghebbende verkocht in 2010 onroerende zaken aan zichzelf van haar ex-echtgenoot onder voorbehoud van gebruiksrecht, waarbij de verkoopprijs was gebaseerd op een taxatie die melding maakte van verontreiniging. De Inspecteur legde een aanslag schenkbelasting op omdat de waarde te laag zou zijn vastgesteld. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat sprake was van een schenking omdat zowel belanghebbende als haar ex-echtgenoot zich bewust waren van de bevoordeling en de ex-echtgenoot de bevoordeling wilde. Tevens verwierp het Hof de vrijstelling voor een natuurlijke verbintenis.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof heeft miskend dat de wil tot bevoordeling een afzonderlijk vereiste is en niet louter kan worden afgeleid uit de bewustheid van bevoordeling. Ook is het oordeel over de natuurlijke verbintenis onjuist omdat het gestelde doel ook door overdracht tegen werkelijke waarde bereikt had kunnen worden, wat geen grond is om het bestaan van een natuurlijke verbintenis te ontkennen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.