Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
WAARDE REGISTERGOED
3.Het geschil
Primair:
de verdeling en levering van het registergoed staande en gelegen te Groningen aan de [straatnaam] (nabij de [straatnaam] ) ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Groningen, sectie [perceel] , die tot stand is gekomen door de akte van verdeling d.d. 7 juli 2023, te vernietigen wegens benadeling van meer dan een kwart (art. 3:196 BW Pro);
[gedaagde] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag ad. € 30.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum dat de akte van verdeling gepasseerd is, te weten 7 juli 2023, tot de dag van algehele voldoening, te voldoen binnen drie maanden na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;
Voorwaardeliik, namelijk in het geval dat de voorwaardelijke vordering van [eiser sub 2] onder III wordt toegewezen:
Voorwaardelijk, namelijk in het geval dat de primaire vordering van [eiser sub 1] in petitumnummer I wordt afgewezen:
4.De beoordeling
'ertoe strekt'veronderstelt niet alleen bewustheid van de bevoordeling van de ander, maar ook de wil om de ander te bevoordelen (HR 8 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1715, r.o. 3.2.2.). Uit de stellingen van [eiser sub 1] in deze procedure blijkt echter nu juist dat [eiser sub 1] zich - volgens eigen zeggen - bij de verdeling niet bewust was van het doen van een gift en al helemaal niet de bedoeling had om [gedaagde] te bevoordelen. Daarom ligt er in de verdeling van de werkplaats geen gift aan [gedaagde] besloten en kan de vordering van [eiser sub 2] tot vernietiging ervan niet slagen.