Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
15 december 2023.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure stond centraal of een curator in faillissement een door hem met toestemming van de rechter-commissaris gesloten koopovereenkomst kan ontbinden op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro (Fw). De curator had een woning van de failliete boedel verkocht aan de dochter van de gefailleerde, maar stelde later het bod niet langer gestand en sloot een nieuwe koopovereenkomst met andere kopers. De rechter-commissaris weigerde het verzoek van de gefailleerde om de curator te bevelen de eerste koopovereenkomst te ontbinden en een overeenkomst te sluiten met een andere gegadigde. De rechtbank vernietigde deze beslissing en beval de curator tot ontbinding van de eerste koopovereenkomst.
De Hoge Raad oordeelde dat de curator gebonden is aan een bevoegd en door de rechter-commissaris goedgekeurde koopovereenkomst en dat artikel 69 Fw Pro niet kan worden gebruikt om deze binding ongedaan te maken, tenzij sprake is van een wettelijke of contractuele ontbindingsbevoegdheid, die hier niet aan de orde was. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de rechter-commissaris haar toestemming had moeten herroepen vanwege het belang van een transparante verkoopprocedure en een zo hoog mogelijke opbrengst.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en bekrachtigde de beschikking van de rechter-commissaris. Hiermee is bevestigd dat de curator niet zonder meer kan worden verplicht een bevoegd gesloten koopovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 69 Fw Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator gebonden is aan een bevoegd en door de rechter-commissaris goedgekeurde koopovereenkomst en vernietigt het vonnis dat ontbinding beval.