ECLI:NL:HR:2023:1790
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert naheffingsaanslag BPM op basis van juiste CO2-uitstoot auto
Belanghebbende was het oneens met de hoogte van een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de Inspecteur. Het geschil betrof de juiste bepaling van de BPM bij toepassing van de taxatiemethode volgens artikel 10, lid 8, van de Wet BPM 1992, waarbij het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de BPM moest worden berekend op basis van de CO2-uitstoot van een referentieauto in de koerslijst, niet op de werkelijke uitstoot van de auto.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof ten onrechte het BPM-bedrag baseerde op de referentieauto met een lagere CO2-uitstoot dan de werkelijke uitstoot van de auto. Volgens de Hoge Raad moet het BPM-bedrag worden berekend op basis van de werkelijke CO2-uitstoot van de auto op het moment van eerste ingebruikneming.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en stelde het BPM-bedrag vast op €82.369, wat leidt tot een naheffingsaanslag van €3.606 na aftrek van reeds betaalde bedragen en kortingen. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en droeg deze op het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de naheffingsaanslag BPM tot €3.606 op basis van de werkelijke CO2-uitstoot van de auto.