ECLI:NL:HR:2023:1817
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.M. Bothof, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 13 juli 2023. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 27 september 2023 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Hoewel de brief door belanghebbende is ontvangen, werd het griffierecht niet betaald.
Op 26 oktober 2023 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Tevens werd hiervan een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 22 december 2023 door de vice-president M.E. van Hilten en raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.