Belanghebbende betaalde in 2017 BPM voor vijf personenauto’s. Na bezwaar en beroep vernietigde het hof de eerdere uitspraken en mat de belasting voor één auto naar beneden. Het hof kende ook proceskosten toe op basis van een per 1 juli 2021 gewijzigde waarde per punt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Hoge Raad oordeelt dat deze waardedifferentiatie in strijd is met het discriminatieverbod en vernietigt het hofarrest voor zover het de immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en de proceskosten betreft. De coronapandemie vormt geen algemene reden voor verlenging van de redelijke termijn; alleen indien partijen tijdens de sluiting van gerechtsgebouwen voor zitting waren uitgenodigd.
De redelijke termijn was met meer dan zes maar minder dan twaalf maanden overschreden, zodat belanghebbende een vergoeding van €1.000 toekomt. De Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur worden veroordeeld in diverse proceskosten. Het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.