ECLI:NL:HR:2023:192

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2023
Publicatiedatum
9 februari 2023
Zaaknummer
22/02619
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWArt. 81 lid 1 ROArt. 8 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beëindiging ouderlijk gezag en art. 1:266 BW

In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag op grond van artikel 1:266 BW Pro. De Raad voor de Kinderbescherming en de belanghebbenden, waaronder de vader en pleegouders, hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten tegen de beschikking van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofbesluit. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van de moeder verworpen en daarmee de beschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 10 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/02619
Datum10 februari 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de raad,
niet verschenen,
en
1. WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: de GI,
2. [de vader]
wonende te [woonplaats],
hierna: de vader,
3. [de pleegouders],
wonende op een geheim adres,
hierna: de pleegouders,
4. [de pleegmoeder],
wonende op een geheim adres,
hierna: de pleegmoeder,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
hierna gezamenlijk: de belanghebbenden,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/03/290499 / FA RK 21-1282 van de rechtbank Limburg van 25 oktober 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.305.485/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 april 2022.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De raad en de belanghebbenden hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
10 februari 2023.