Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag op grond van artikel 1:266 BW Pro. De Raad voor de Kinderbescherming en de belanghebbenden, waaronder de vader en pleegouders, hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten tegen de beschikking van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofbesluit. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van de moeder verworpen en daarmee de beschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 10 februari 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.