Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Strand Lobben/Noorwegenin 2019 heeft het EHRM onder meer overwogen (in par. 206) dat art. 8 EVRM Pro eist dat de belangen van het kind en die van de ouders tegen elkaar worden afgewogen en (in par. 208 e.v.) dat een kinderbeschermingsmaatregel in beginsel tijdelijk moet zijn, maar dat de belangen van het kind om – na het verstrijken van een aanzienlijke periode – zijn feitelijke gezinssituatie bij pleegouders te kunnen voortzetten, kunnen prevaleren boven de belangen van de ouders bij gezinshereniging. [27]
particular importance should be attached to the best interests of the child which, depending on their nature and seriousness, may override those of the parents(…)
a parent cannot be entitled under Article 8 to have such measures taken as would harm the child’s health and development(…).
the interest of a child not to have his or her de facto family situation changed again may override the interests of the parents to have their family reunited” [28] [onderstreping, A-G]
dezekinderen is gebleken.
onderdeel I en IIstuiten op het voorgaande af.