ECLI:NL:HR:2023:203
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake vennootschapsbelasting en heffingsrente over 2004
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld inzake de voor het jaar 2004 opgelegde aanslag vennootschapsbelasting en de beschikking over heffingsrente. De zaak betreft meerdere eerdere procedures die door de Hoge Raad zijn vernietigd en verwezen voor verdere behandeling, waarna het Hof Amsterdam een uitspraak deed die nu in cassatie is bestreden.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof Amsterdam ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.