Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:219

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
20/04067
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 126m lid 5 SvArt. 3A OpiumwetArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak medeplegen uitvoer hennep

In deze strafzaak tegen de verdachte wegens medeplegen van uitvoer van hennep heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het cassatiemiddel betrof onder meer de vraag of de rechtbank ten onrechte de tapmachtigingen volledig in plaats van marginaal had getoetst. De Hoge Raad volgt de conclusie van de advocaat-generaal dat het hof de juiste toetsingsmethode heeft toegepast en verwerpt dit middel.

Daarnaast werd een onvolkomenheid bij de beëdiging van een of meer raadsheren aangevoerd, maar gelet op een eerder arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:1438) behoeft dit geen nadere bespreking en wordt dit middel eveneens verworpen.

De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden doordat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 75 dagen naar 72 dagen. Het arrest van het hof wordt daarom vernietigd voor wat betreft de strafduur en verminderd, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 72 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04067
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2020, nummer 20-003039-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.F.Th.M. Heutink, advocaat te Gennep, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv Pro bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de rechtbank de tapmachtigingen ten onrechte volledig heeft getoetst.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 6, 7 en 9 tot en met 14.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 75 dagen.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 72 dagen beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada , in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.