ECLI:NL:HR:2023:235

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
15 februari 2023
Zaaknummer
21/00606
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 247 SrArt. 248 lid 2 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in ontuchtzaak met vijfjarig nichtje

De zaak betreft een ontuchtzaak waarbij de verdachte, een 30-jarige man, werd beschuldigd van ontucht met zijn vijfjarige nichtje die bij haar grootouders verbleef en aan zijn zorg was toevertrouwd. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld op basis van onder meer DNA-onderzoek en deskundigenrapportages.

In cassatie stelde de verdachte verschillende bewijsklachten aan de orde, waaronder dat de bewezenverklaring niet mocht steunen op inhoud van stukken zoals NFI-rapportages en verklaringen van deskundigen die niet als bewijsmiddelen waren opgenomen. Ook voerde hij aan dat de uitkomsten van het DNA-onderzoek op de onderbroek van het slachtoffer niet redengevend konden zijn.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte wegens ontucht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00606
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2021, nummer 23-002672-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.E. Vis, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.