ECLI:NL:HR:2023:238

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
15 februari 2023
Zaaknummer
21/03180
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 304 SrArt. 342 SvArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in mishandeling levensgezel zaak

In deze zaak stond de mishandeling van de levensgezel van de verdachte centraal, waarbij artikel 300 lid 1 juncto Pro artikel 304 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing was. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte en behandeld door de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld, waaronder de discussie over het bewijsminimum volgens artikel 342 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering (unus testis-regel) en de vraag of de vriendin van de verdachte als diens levensgezel kon worden aangemerkt in de zin van artikel 304 lid 1 Sr Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het niet nodig was om de klachten nader te motiveren omdat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden.

Het arrest van het gerechtshof bleef daarmee in stand. De Hoge Raad wees het beroep van de verdachte af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 14 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03180
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2021, nummer 21-005728-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum01] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.