ECLI:NL:PHR:2024:716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs levensgezelschap bij mishandeling
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor mishandeling van zijn levensgezel en het overtreden van een huisverbod. In cassatie werd alleen het onderdeel mishandeling van de levensgezel bestreden, met name de vraag of het slachtoffer daadwerkelijk als levensgezel kon worden aangemerkt.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van het slachtoffer en politieprocessen-verbaal waarin het mishandelen werd beschreven, maar er ontbrak bewijs omtrent de aard en hechtheid van de relatie tussen verdachte en slachtoffer. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het begrip levensgezel strikte criteria kent, waaronder een nauwe persoonlijke betrekking vergelijkbaar met die van echtgenoten.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft vastgesteld dat het slachtoffer de levensgezel was, waardoor het middel slaagt. De zaak wordt vernietigd voor zover het betreft de mishandeling van de levensgezel en de strafoplegging daarbij, en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De overige bewezen feiten blijven ongewijzigd. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden.
Uitkomst: Het arrest wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het onderdeel mishandeling van de levensgezel.