Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring, bewijsvoering en procesverloop
3.Beoordeling van het cassatiemiddel
4.Beslissing
21 februari 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft het beroep in cassatie van een vrouw die door het hof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld voor doodslag op haar echtgenoot op 1 juni 2018. De bewezenverklaring berustte op uitvoerige vaststellingen omtrent daderwetenschap, sporenonderzoek, getuigenverklaringen en een cruciale geluidsopname van een gesprek tussen verdachte en haar zoon in de penitentiaire inrichting, waarin verdachte de woorden 'Ik heb hem vermoord' zou hebben uitgesproken.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het proces-verbaal van de verbalisant, dat deze verklaring bevat, onvoldoende betrouwbaar was vanwege twijfel over diens deskundigheid en gehoorvermogen. Tevens werd verzocht om nader onderzoek naar de deskundigheid van de verbalisant. Het hof had dit verzoek afgewezen en het proces-verbaal als bewijs toegelaten, omdat het oordeel gebaseerd was op eigen zintuiglijke waarnemingen van de verbalisant en diens ruime ervaring met het uitluisteren van opgenomen communicatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat het proces-verbaal geen mededeling van deskundige aard is, maar een weergave van feitelijke waarnemingen. Ook was het afwijzen van nader onderzoek niet onredelijk. De waarneming van de verbalisant bevestigde de overige bewijsvoering, waaronder de getuigenverklaring van de zoon. Het cassatieberoep faalde en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring en veroordeling voor doodslag.