Conclusie
Nummer21/05217
middelbevat in de eerste plaats de klacht dat het hof verzuimd heeft te reageren op een gevoerd verweer. Het bevat in de tweede plaats een klacht over ’s hofs afwijzing van een voorwaardelijk verzoek tot het verrichten van nader onderzoek.
de rechtbank begrijpt: verdachte): (ntv). Ik heb hem (ik, verbalisant [verbalisant 1] , denk te horen) vermoord. (...)”.
denktte horen, kennelijk is hij niet zeker van zijn waarneming. Hierdoor kan aan deze vermeende uitlating geen waarde worden gehecht.
voorzitter deelt mee:
voorzitternamens het hof mee:
De raadsman deelt mee:
De advocaat-generaal deelt mee:
advocaat-generaaloverhandigt overeenkomstig de opdracht in het tussenarrest van 30 december 2020 het proces-verbaal van bevindingen dat door verbalisant [verbalisant 1] op 12 december 2019 is opgemaakt naar aanleiding van het beluisteren van de opgewaardeerde geluidsfragmenten.
De advocaat-generaal deelt mee:
advocaat-generaaldeelt met betrekking tot het horen van [betrokkene 1] als getuige mee:
De raadsman deelt mee:
De advocaat-generaal deelt mee:
De raadsman deelt mee:
voorzitteronderbreekt het onderzoek om te beraadslagen over het verzoek van het openbaar ministerie tot het horen van [betrokkene 1] als getuige.
voorzitterhervat het onderzoek en deelt als beslissing van het hof mee dat er een onderzoeksbelang is om [betrokkene 1] als getuige te horen. Het hof wijst daarom het verzoek toe. Het hof deelt mee dat het allereerst de advocaat-generaal in de gelegenheid zal stellen om vragen te stellen en zal vervolgens zelf de getuige bevragen. Voordat de raadsman de gelegenheid krijgt om zijn vragen te stellen zal het hof het onderzoek ter zitting onderbreken, zodat de raadsman en verdachte de gelegenheid hebben om hun vragen voor te bereiden.
voorzitterdoet de in de gehoorzaal verschenen getuige voor het hof verschijnen. De getuige doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, leeftijd, beroep, woon- of verblijfplaats zoals hieronder is vermeld. De getuige [betrokkene 1] verklaart de zoon van verdachte te zijn en legt vervolgens - nadat de voorzitter erop gewezen heeft dat de getuige zich kan beroepen op het verschoningsrecht en deze heeft verklaard hiervan geen gebruik te maken - op de bij de wet voorgeschreven wijze in handen van de voorzitter de belofte af de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.
De getuige geeft op te zijn:
Getuige [betrokkene 1] verklaart op vragen van de advocaat-generaal:
Getuige [betrokkene 1] verklaart op vragen van de voorzitter:
Getuige [betrokkene 1] verklaart op vragen van de oudste en jongste raadsheer:
voorzittergelast een korte onderbreking van het onderzoek, zodat de raadsman in de gelegenheid wordt gesteld het getuigenverhoor voor te bereiden.
De voorzitter hervat het onderzoek.
Getuige [betrokkene 1] verklaart op vragen van de raadsman:
hof, de
advocaten-generaalen de
raadsmandoen afstand van de getuige. [betrokkene 1] neemt plaats in de zittingszaal.’
De bewezenverklaring en bewijsvoering in hoger beroep alsmede de pleitnota
Ik heb hem vermoord. Hij ligt achter het pad. Vermoord. Die is erachter gekomen. Zo gezegd, (ntv). En mijn AOW. (ntv) Snap je?
Beoordeling van het middel
eerste deelklachtvan het middel houdt in dat het hof niet heeft gerespondeerd op het verweer waarin is betoogd dat de door verbalisant [verbalisant 1] getrokken conclusies aan deskundigen voorbehouden conclusies betreffen en het door de verbalisant gedane onderzoek niet beantwoordt aan de daaraan te stellen eisen. Het hof zou slechts hebben overwogen dat het geen redenen heeft te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de waarneming van verbalisant [verbalisant 1] , zonder op het verweer ten aanzien van het ontbreken van (voldoende gegevens ten aanzien van) de deskundigheid en de wijze waarop het onderzoek is verricht, te reageren. De stellers van het middel merken daarbij op dat de rechter in eerste aanleg de verdachte heeft vrijgesproken en daarbij uitdrukkelijk heeft aangevoerd dat en waarom het proces-verbaal (naar ik begrijp: het proces-verbaal van bevindingen waarin verbalisant [verbalisant 1] zijn waarnemingen omtrent de uitgeluisterde geluidsopnamen relateert) niet als bewijsmiddel kan/mag worden gebruikt.
tweede deelklachtvan het middel houdt in dat het hof de afwijzing van het voorwaardelijk gedane verzoek (ik begrijp: het verzoek om het NFI onderzoek te laten doen naar het gehoor van [verbalisant 1] ) onvoldoende met redenen heeft omkleed. Dat verbalisant [verbalisant 1] geen absoluut gehoor heeft, zou niet betekenen dat de verdachte geen of onvoldoende belang heeft het door hem gewenste onderzoek te laten verrichten.
kunnenmeebrengen dat [verbalisant 1] meer hoort dan een ander de afwijzing van een verzoek dat ertoe strekt te laten onderzoeken of hij
daadwerkelijkbeter hoort niet kan dragen.
arbitrary or unreasonable assessment of evidence’na een vrijspraak in eerste aanleg een element zou zijn dat bij de beoordeling van de afwijzing van onderzoekswensen als de onderhavige dient te worden betrokken, volgt uit ’s hofs overwegingen voorts dat en waarom er in de onderhavige zaak geen aanleiding voor deze zorg is. [41]