ECLI:NL:HR:2023:288

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2023
Publicatiedatum
23 februari 2023
Zaaknummer
21/05139
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:203 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over onverschuldigde betaling in faillissement

In deze zaak hebben de curatoren in het faillissement van Haeresteijn Holding B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betreft een vordering uit onverschuldigde betaling op grond van artikel 6:203 BW Pro. De curatoren stelden dat de gelden ten onrechte waren ontvangen door de rekeninghouder voor en ten behoeve van de bestuurder.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant en het hof 's-Hertogenbosch voor het feitencomplex en de procesgang. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de curatoren schriftelijk hebben gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de curatoren niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het hof had geoordeeld dat de betaling een rechtsgrond had in de verhouding tussen de vennootschap en de bestuurder. De Hoge Raad acht het niet nodig om nadere motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de curatoren in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest is gewezen door de president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curatoren wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/05139
Datum24 februari 2023
ARREST
In de zaak van
1. Pieter Rudolf DEKKER,
wonende te Rosmalen,
2. Geurt te BIESEBEEK,
wonende te Weert,
in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van HAERESTEIJN HOLDING B.V.,
EISERS tot cassatie,
hierna: de curatoren,
advocaat: A.C. van Schaick,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J.P. van den Berg.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar
a. het vonnis in de zaak C/01/333911 / HA ZA 18-313 van de rechtbank Oost-Brabant van 25 september 2019;
b. de arresten in de zaak 200.271.983/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 februari 2020 en 21 september 2021.
De curatoren hebben tegen het arrest van het hof van 21 september 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curatoren heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curatoren in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
24 februari 2023.