ECLI:NL:HR:2023:400

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
13 maart 2023
Zaaknummer
21/03087
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 248b SrArt. 361.3 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen in zaak jeugdprostitutie met 16-jarige jongen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarbij de verdachte werd veroordeeld voor meermalige jeugdprostitutie van een 16-jarige jongen, in strijd met artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte, geboren in 1970, stelde via zijn advocaat cassatiemiddelen aan de Hoge Raad voor, die door de advocaat-generaal werden verworpen. De Hoge Raad heeft de klachten inhoudelijk beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 21 maart 2023 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee is het cassatieberoep definitief verworpen en blijft het hofarrest in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen, waardoor het hofarrest in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03087
Datum21 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2021, nummer 23-003790-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 maart 2023.