Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 maart 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarbij de verdachte werd veroordeeld voor meermalige jeugdprostitutie van een 16-jarige jongen, in strijd met artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte, geboren in 1970, stelde via zijn advocaat cassatiemiddelen aan de Hoge Raad voor, die door de advocaat-generaal werden verworpen. De Hoge Raad heeft de klachten inhoudelijk beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 21 maart 2023 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee is het cassatieberoep definitief verworpen en blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen, waardoor het hofarrest in stand blijft.