ECLI:NL:HR:2023:420

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
22/00518
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele zaak over causale verband en bewijslastverdeling

In deze civiele zaak heeft eiseres B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 november 2021. Het geschil betreft onder meer de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, met betrekking tot het causale verband en de bewijslastverdeling.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep is gevolgd. Eiseres is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een totaal van €4.335. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00518
Datum17 maart 2023
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaten: J.W. de Jong en S.M. Kingma,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: R.J. van Galen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/613242/HA ZA 16-790 van de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2017, 21 februari 2018 en 17 april 2019;
b. het arrest in de zaak 200.266.749/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 november 2021.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerders] mede door B.F.L.M. Schim.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiseres] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
17 maart 2023.