Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 maart 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen Capgemini en Equihold over de ontwikkeling van een sportapplicatie, waarbij Capgemini werd beschuldigd van wanprestatie vanwege gebrekkige softwarekwaliteit. Equihold stelde dat de broncode dermate slecht was dat volledige herbouw noodzakelijk was, terwijl Capgemini zich beroept op betalingsachterstanden en verzuim aan de zijde van Equihold.
Het hof Amsterdam oordeelde dat indien de software ondeugdelijk was, het beroep op verzuim door Capgemini niet kon slagen, en dat Equihold tijdig had geklaagd over de gebreken. Capgemini betwistte dit, onder meer over de vraag of de klachten daadwerkelijk waren gedeeld.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had aangenomen door het beroep op verzuim van Capgemini te verwerpen zonder voldoende motivering. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende was ingegaan op het vervalbeding in de algemene voorwaarden van Capgemini. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelde tevens [verweerder] in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft complexe vragen over wanprestatie, opschorting, klachtplicht en de gevolgen van blijvende onmogelijkheid tot nakoming in het kader van softwareontwikkeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam is vernietigd en de zaak is verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.