Uitspraak
gevestigd te Utrecht,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
4.Beslissing
in het incidentele beroep:
28 januari 2022.
Hoge Raad
In deze civiele procedure tussen Capgemini Nederland B.V. en een verweerder staat de ontvankelijkheid van een tussentijds cassatieberoep centraal. Capgemini had werkzaamheden verricht voor Equihold B.V., waarna een geschil ontstond over de kwaliteit van deze werkzaamheden en betalingsachterstanden. Het hof had in een tussenarrest van 20 oktober 2020 besloten dat verweerder tot bewijslevering mocht overgaan en benoeming van deskundigen noodzakelijk was.
Capgemini verzocht vervolgens om verlof voor tussentijds cassatieberoep tegen dit tussenarrest. Hoewel het hof aanvankelijk een arrest uitbracht waarin verlof werd verleend, ontstond onduidelijkheid doordat op de rol stond dat geen arrest was uitgesproken. De Hoge Raad stelt dat uit het oogpunt van rechtszekerheid moet worden aangenomen dat het verlof is verleend en dat het hof niet later anders kon beslissen.
De Hoge Raad verklaart Capgemini ontvankelijk in haar cassatieberoep, terwijl het incidentele cassatieberoep van verweerder niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat tegen de beslissing tot openstelling van tussentijds cassatieberoep geen hoger beroep openstaat. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling van het principale beroep.
Uitkomst: Capgemini is ontvankelijk in haar tussentijds cassatieberoep; het incidentele cassatieberoep van verweerder wordt niet-ontvankelijk verklaard.