ECLI:NL:HR:2023:447
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 april 2021 beroep in cassatie ingesteld inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016, inclusief de beschikking over belastingrente.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend, waarna belanghebbende een conclusie van repliek heeft ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 24 maart 2023 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Feteris, Faase en van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.