ECLI:NL:HR:2023:495
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 april 2022. Dit arrest betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Nijmegen voor het jaar 2019 betreffende een onroerende zaak.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de raadsheren Boerlage (voorzitter), Cools en van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.