ECLI:NL:HR:2023:651
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wettelijke rente over aanvullende proceskostenvergoeding in belastingzaak
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over aanslagen riool- en afvalstoffenheffing 2017. Het Hof had belanghebbende een aanvullende proceskostenvergoeding toegekend en de Staat en het College ieder voor de helft veroordeeld tot betaling.
Belanghebbende klaagde dat het Hof de Staat niet had veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het door de Staat te betalen deel van de proceskostenvergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvolledig had geoordeeld omdat de wettelijke rente niet was toegewezen, terwijl belanghebbende daar wel recht op had.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, bepaalde dat de Staat wettelijke rente verschuldigd is vanaf vier weken na verzending van het Hofarrest tot volledige betaling, en veroordeelde het College in griffierecht en kosten van cassatie. Overige klachten werden verworpen zonder nadere motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de Staat wettelijke rente moet betalen over de aanvullende proceskostenvergoeding vanaf 21 december 2021 tot volledige betaling.