Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
30 mei 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte wegens ontucht met een minderjarig meisje dat bij hem thuis logeerde. De rechtbank sprak verdachte vrij van dit feit, maar het hof veroordeelde hem op basis van de verklaring van het slachtoffer. De verdediging voerde aan dat de verklaring inconsistent was en niet werd ondersteund door ander bewijs.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging over de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer. Dit is een schending van het motiveringsvereiste.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op het tenlastegelegde onder 2 en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 30 mei 2023.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.