3.2In de bewijsconstructie heeft het hof de Promis-werkwijze gehanteerd. De bewijsvoering luidt als volgt (met weglating van voetnoten):
“Overweging met betrekking tot het bewijs
Overweging vooraf
Het hof zal gelet op de onderlinge samenhang en begrip de feiten 1, 2 en 3 tegelijkertijd beoordelen in de context van het onderzoek “Harp" tegen onder anderen de verdachten [betrokkene 1] , [verdachte] , [betrokkene 2] en [medeverdachte] .
Voor de beoordeling is het volgende van belang.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Volgens de verdediging valt niet aan te tonen dat de verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de tenlastegelegde feiten. De eventueel belastende verklaringen die medeverdachte [betrokkene 1] ten aanzien van de verdachte heeft afgelegd zijn onbetrouwbaar gezien het belang dat die medeverdachte er bij heeft om zijn eigen rol kleiner te doen lijken dan die in werkelijkheid geweest is.
Aangiftes
Door of namens De Lage Landen International BV (hierna: DLL), BNP Paribas Leasing Solutions N.V. (hierna: Paribas) en ABN-AMRO Lease N.V. (hierna: ABN-AMRO) is aangifte gedaan van oplichting.
DLL
Door de besloten vennootschap “ [A] ” en “ [E] BV” is via tussenkomst van het digitale kanaal Leaseloket, een drietal huurkoopovereenkomsten afgesloten bij DLL:
Op 4 juli 2013 is een huurkoopovereenkomst afgesloten voor de aankoop van een vorkheftruck, merk Clark, type C 30 D, gefinancierd voor een bedrag van € 37.362,12. De leverancier van de vorkheftruck was [B] BV uit Arnhem. [betrokkene 1] heeft op 4 juli 2013 een acceptatiecertificaat ondertekend, waarin hij heeft verklaard het object in goede orde te hebben ontvangen.
Op 25 juli 2013 is een huurkoopovereenkomst afgesloten voor de aankoop van een vorkheftruck, merk Manitou, type MC 70, gefinancierd voor een bedrag van € 93.580,50. De leverancier van de vorkheftruck was [C] BV uit Leeuwarden. [betrokkene 1] heeft op 25 juli 2013 een acceptatiecertificaat ondertekend, waarin hij heeft verklaard het object in goede orde te hebben ontvangen.
Op 9 september 2013 is een huurkoopovereenkomst afgesloten voor de aankoop van twee mobiele koel-/vriescombinaties, merk Dawsongroup, type super box unit model SB 44/2012, gefinancierd voor een bedrag van € 234.387,09. De leverancier van deze mobiele koel-/vriescombinaties was [D] BV uit Enschede. [betrokkene 1] heeft op 10 september 2013 een acceptatiecertificaat ondertekend, waarin hij heeft verklaard de objecten in goede orde te hebben ontvangen.
Bij DLL werd bekend dat de aflossingstermijnen niet werden voldaan. Ook was niet duidelijk waar de betreffende objecten waren. Het vermoeden bestond dat de objecten waarvoor huurkoopovereenkomsten waren afgesloten, waren verduisterd, mits daadwerkelijk geleverd, dan wel dat de goederen nooit waren geleverd/niet bestonden.
Paribas
[A] BV heeft op 12 augustus 2013 twee financiële leaseovereenkomsten afgesloten bij Paribas.
De eerste leaseovereenkomst betrof een Clark vorkheftruck, type C30D met het serienummer [serienummer 5] , geleverd door de [B] BV, gevestigd te Arnhem.
De tweede leaseovereenkomst betrof een graafmachine van het merk Manitou, type MC70 Turbo Powershift, bouwjaar 2013 met het registratienummer [serienummer 6] , geleverd door [D] BV uit Enschede.
Al snel bleek dat niet werd voldaan aan de betalingsverplichting. De fabrikant/importeur van de Manitou deelde mee dat dit serienummer niet heeft bestaan. De namen van de leveranciers of ontvangers komen niet in hun bestanden voor.
ABN-AMRO
ABN-AMRO heeft zes leaseovereenkomsten afgesloten met [A] BV met betrekking tot het leasen van koelcontainers en heftrucks. Deze objecten zouden zijn geleverd door [C] BV, [B] BV en [D] BV. De gelden ten behoeve van de aanschaf van de objecten zijn door ABN-AMRO uitgekeerd aan [A] BV op rekening nummer [rekeningnummer 2] en aan [D] BV. Het vermoeden bestond dat de in de leaseovereenkomsten opgenomen koelcontainers en heftrucks niet bestaan. De importeur van de koelcontainers kent de opgegeven serienummers niet. De namen van de leveranciers of ontvangers komen niet in hun bestanden voor.
De betrokken vennootschappen
Bij de in de aangiftes genoemde transacties spelen de volgende vennootschappen, bestuurders en aandeelhouders een rol. De bestuurders en aandeelhouders zijn aangegeven voor zover in het kader van de strafzaak van belang.
[A] BV
[A] BV is op 19 april 2001 opgericht en op 4 mei 2001 ingeschreven in het handelsregister van de KvK. Op 29 april 2014 is [A] BV in staat van faillissement verklaard.
Bestuurder en enig aandeelhouder
Vanaf 20 maart 2008 is [E] BV bestuurder en enig aandeelhouder van [A] BV.
[E] BV
[E] BV is opgericht op 24 oktober 1996 en op 30 oktober 1996 ingeschreven in het handelsregister van de KvK.
Bestuurder
Vanaf 4 mei 2011 was [betrokkene 1] bestuurder van [E] BV. Op 3 december 2013 heeft de KvK formulieren ontvangen, dat [betrokkene 1] per 1 maart 2013 als bestuurder is uitgetreden en [betrokkene 3] per 01-03-2013 als bestuurder in functie is getreden. [betrokkene 3] is vervolgens op 7 januari 2014 uit functie getreden. Vanaf die datum is [betrokkene 4] , wonend in Tsjechië, bestuurder.
Aandeelhouder
Vanaf 4 mei 2011 was [betrokkene 1] enig aandeelhouder van [E] BV. Op 11 december 2013 is Stichting Administratiekantoor [E] (gevestigd [a-straat 1] , [plaats] , Tsjechië) bij de KvK ingeschreven als enig aandeelhouder van [E] BV. [betrokkene 1] is per die datum geen aandeelhouder meer.
Stichting Administratiekantoor [E]
Op 12 december 2013 is Stichting Administratiekantoor [E] ingeschreven bij de KvK met als bestuurder [betrokkene 1] . Per 16 december 2013 is [betrokkene 1] uit functie getreden en is [betrokkene 3] bestuurder van Stichting Administratiekantoor [E] geworden. Op 7 januari 2014 is [betrokkene 3] uit functie getreden en is [betrokkene 4] , wonend in Tsjechië, in functie getreden.
[B]
BV is op 19 april 2010 opgericht en op 22 april 2010 ingeschreven in het handelsregister van de KvK. [B] BV is op 16 juli 2013 in staat van faillissement verklaard.
Bestuurder
[F] BV is vanaf 19 april 2010 bestuurder van [B] BV.
Aandeelhouder
[F] BV was vanaf 19 april 2010 enig aandeelhouder en is op 7 februari 2013 uit functie getreden. Met ingang van die datum is Stichting Administratiekantoor [F]
enig aandeelhouder van [B] BV.
[F] BV
[F] BV is op 19 april 2010 opgericht en op 22 april 2010 ingeschreven in het handelsregister van de KvK.
Bestuurder
Op 26 februari 2013 is [betrokkene 5] uitgeschreven als bestuurder. Van 26 februari 2013 tot 19 april 2013 was [betrokkene 6] bestuurder van [F] BV. Vanaf 19 april 2013 is [betrokkene 7] bestuurder.
Aandeelhouder
Met ingang van 7 februari 2013 is [betrokkene 5] uitgetreden als enig aandeelhouder en is Stichting Administratiekantoor [F] ingeschreven als enig aandeelhouder van [F] BV.
Stichting Administratiekantoor [F]
Stichting Administratiekantoor [F] is opgericht op 7 februari 2013 en op 14 februari 2013 ingeschreven in het handelsregister van de KvK. [betrokkene 5] is op dat moment ingeschreven als voorzitter/secretaris/penningmeester en alleen/zelfstandig bevoegd. Op 26 februari 2013 is [betrokkene 6] in functie getreden als voorzitter/secretaris/penningmeester en alleen/zelfstandig bevoegd. Per 19 april 2013 is [betrokkene 7] in functie getreden als voorzitter/secretaris/penningmeester van Stichting Administratiekantoor [F] .
[C] BV
[C] BV (voorheen [G] ) is opgericht op 12 december 2007 en op 13 december 2007 ingeschreven in het handelsregister van de KvK.
Bestuurder
[medeverdachte] is van 16 maart 2012 tot 30 juli 2013 bestuurder geweest. Binnen deze periode is van 11 juli 2012 tot 20 december 2012 ook [H] BV bestuurder geweest en in de periode van 20 december 2012 tot 21 mei 2013 [betrokkene 8] . [medeverdachte] is op 30 juli 2013 uit functie getreden. [betrokkene 2] is vervolgens van 30 juli 2013 tot 20 augustus 2013 bestuurder geweest en [betrokkene 9] van 20 augustus 2013 tot 1 november 2013. Daarna was [medeverdachte] bestuurder van 1 november 2013 tot 24 januari 2014.
Aandeelhouder
[medeverdachte] is enig aandeelhouder geweest van 16 maart 2012 tot 11 juli 2012 en van 21 mei 2013 tot 30 juli 2013. Van 30 juli 2013 tot 20 augustus 2013 is [betrokkene 2] enig aandeelhouder geweest. Vervolgens is [betrokkene 9] van 20 augustus 2013 tot 1 november 2013 enig aandeelhouder geweest. [medeverdachte] is daarna enig aandeelhouder geweest van 1 november 2013 tot 24 januari 2014.
[D] BV
[D] BV is opgericht op 2 december 1999 en op 3 december 1999 ingeschreven in het handelsregister van de KvK.
Bestuurder en aandeelhouder
Van 28 december 2012 tot 26 september 2013 is [I] BV bestuurder en enig aandeelhouder van [D] BV geweest. Sinds 26 september 2013 is [betrokkene 10] als bestuurder en enig aandeelhouder ingeschreven.
[I] BV
[I] BV is opgericht op 17 juni 2002 en op 18 juni 2002 ingeschreven in het handelsregister van de KvK.
Bestuurder
Gedurende de periode van 23 januari 2008 tot 26 september 2013 is [betrokkene 11] bestuurder geweest. [betrokkene 12] is bestuurder geweest van 26 september 2013 tot 11 oktober 2013. Vanaf 11 oktober 2013 is [betrokkene 13] bestuurder van [I] BV.
Aandeelhouder
Gedurende de periode van 23 januari 2008 tot 26 september 2013 is [betrokkene 11] enig aandeelhouder geweest. Vanaf 11 oktober 2013 is [betrokkene 13] enig aandeelhouder.
Banktransacties
Op de verschillende bankrekeningen van de betrokken vennootschappen zijn in de periodes genoemd in de aangiftes de volgende bij- en afschrijvingen te zien.
[A] BV
ING-bankrekeningnummer [rekeningnummer 1]
In de periode van 11 juli 2013 (eerste transactie) tot en met 14 september 2014 is een bedrag van in totaal € 877.110,80 op de rekening bijgeschreven en een bedrag van in totaal € 999.207,97 afgeschreven. Het saldo is € 122.097,17 negatief.
Opvallend zijn de volgende transacties:
Bijschrijvingen:
11 juli 2013 storting van een bedrag van € 10.000,-;
12 juli 2013 storting van een bedrag van € 12.400,-;
15 juli 2013 storting van een bedrag van € 7.600,-;
25 juli 2013 bijschrijving van [C] van € 63.193,50;
31 juli 2013 bijschrijving van [C] van € 77.463,-;
1 augustus 2013 beschikbaarstelling Investeringslening van € 50.000,-;
15 augustus 2013 bijschrijvingen van [D] van € 12.988,-, € 36.100,-, € 5.639,- en € 20.875,-;
5 september 2013 bijschrijvingen van [D] van € 49.950,-, € 42.150,-, € 47.744,- en € 38.012,-;
13 september 2013 bijschrijvingen van [D] van € 41.025,- en € 46.997,80.
Afschrijvingen:
6 augustus 2013 afschrijvingen van € 50.000,- met omschrijving Betaling project 1B [b-straat 1] en € 65.500,- met omschrijving Betaling deel IA project [b-straat 1] ;
7 augustus 2013 afschrijving van € 59.450,- met omschrijving Betaling project [b-straat 1] 1C. De afschrijvingen met betrekking tot de projecten [b-straat 1] gaan naar ABN-AMRO-rekening [rekeningnummer 2] op naam van [A] BV;
9 augustus 2013 contante geldopname van € 36.000,-;
29 augustus 2013 afschrijving van € 11.000,- naar [C] ;
30 augustus 2013 afschrijving van € 11.000,- naar [C] met omschrijving lening 2;
3 september 2013 afschrijving van € 11.000,- naar [C] met omschrijving lening 3;
5 september 2013 afschrijving van € 10.000,- naar [C] ;
6 september 2013 afschrijving van € 10.000,- naar [C] ;
9 september 2013 afschrijvingen van € 11.000,- en € 10.000,- naar [C] ;
11 september 2013 contante geldopname van € 10.000,-;
11 september 2013 afschrijving van € 11.000,- naar [C] ;
12 september 2013 afschrijving van € 69.814,48 naar [J] :
12 september 2013 contante geldopname van € 50.000,-;
12 september 2013 afschrijving van € 10.000,- naar [C] ;
13 september 2013 afschrijving van € 10.000,- naar [C] ;
17 september 2013 afschrijving van € 75.135,51 naar [K] BV;
20 september 2013 afschrijving van € 60.180,- naar [L] GMBH Bad Homburg;
Er zijn verder betalingen verricht betreffende de contracten met DLL en de Investeringslening van ING.
Verder is opvallend dat er veel geldbewegingen zijn tussen de diverse rekeningen die op naam van [A] BV staan, te weten de zakelijke spaarrekening van [A] BV (ook rekeningnummer [rekeningnummer 1] ), de SNS-rekening [rekeningnummer 3] en de ABN-AMRO-rekening [rekeningnummer 2] .
SNS-bankrekeningnummer [rekeningnummer 3]
In de periode van 17 juni 2013 (eerste transactie) tot en met 9 mei 2014 is een bedrag van in totaal € 453.636,65 op de rekening bijgeschreven en een bedrag van in totaal € 453.636,65 afgeschreven. Saldo is 0.
Opvallend zijn de volgende transacties:
Bijschrijvingen:
5 juli 2013 bijschrijving € 21.000,- van ABN-AMRO Lease NV;
8 juli 2013 bijschrijving € 20.000,- van [B] ;
25 juli 2013 bijschrijving € 67.950,- van ABN-AMRO Lease NV.
Ook zijn er bijschrijvingen afkomstig van rekeningnummer [rekeningnummer 4] , welke rekening op naam staat van [D] . Het gaat om de volgende bedragen:
Op 28 oktober 2013 => € 14.000,-, € 13.985,- en € 45.000,-;
Op 30 oktober 2013 => € 49.500,-, €49.000,-, € 49.600,-, € 30.000,- en € 40.000,-.
Afschrijvingen:
8 juli 2013 afschrijving van €21.000,- naar [B] ;
25 juli 2013 afschrijving van € 67.950,- naar [C] BV met omschrijving inzake Manitou MC 70/2012;
30 oktober 2013 afschrijving van € 75.048,- naar [betrokkene 14] ;
30 oktober 2013 afschrijving van € 73.038,24 naar [M] BV, omschrijving Thai Golden Line 23.760 kg;
14 november 2013 afschrijving van € 58.851,88 naar [betrokkene 14] ;
Er zijn verder gelden overgeboekt naar ABN-AMRO, Paribas en DLL.
ABN-AMRO bankrekeningnummer [rekeningnummer 2]
In de periode van 24 juli 2013 (eerste transactie) tot en met 28 maart 2014 is een bedrag van in totaal € 732.109,51 op de rekening bijgeschreven en een bedrag van in totaal € 732.109,51 afgeschreven. Saldo is 0.
Opvallend zijn de volgende transacties:
Bijschrijvingen:
de drie bijschrijvingen op 7 augustus 2013 voor project [b-straat 1] (€ 65.500,-, € 59.450,- en € 50.000);
15 augustus 2013 bijschrijvingen van € 3.801,- en € 3.467,- van [D] ;
4 september 2013 bijschrijving van € 162.000,- van ABN-AMRO Lease;
13 september 2013 bijschrijvingen van € 48.000,- en € 41.334,- van [D] .
Afschrijvingen:
Contante opname van € 90.000,-;
4 september 2013 afschrijving van € 11.000,- naar [C] ;
5 september 2013 afschrijving van € 205.856,09 naar [D] ;
23 september 2013 en 3 oktober 2013 afschrijvingen van € 76.150,- en € 1.280,- naar [N] ;
21 oktober 2013 afschrijving van € 25.367,- naar [O] S.P.A.;
23 oktober 2013 afschrijving van € 50.790,- naar [P] S.R.L.;
28 oktober 2013 afschrijving van € 48.279,- naar [D] ;
21 november 2013 afschrijving van € 26.156,39 naar [Q] BV;
Verder zijn er afschrijvingen naar ABN-AMRO en Paribas.
ING-rekening [rekeningnummer 5]
Het beginsaldo in het onderzoek is € 71,53. In de periode van 3 juni 2013 tot en met 3 september 2014 is een bedrag van in totaal € 239.228,93 op de rekening bijgeschreven en een bedrag van in totaal € 239.522,73 afgeschreven. Het saldo is € 222,27 negatief.
Opvallend zijn de volgende transacties:
Bijschrijvingen:
8 juli 2013 bijschrijving van € 21.000,- van [A] BV;
9 juli 2013 bijschrijving van € 36.300,- van Paribas;
10 juli 2013 bijschrijving van € 33.275,- van DLL;
Er zijn bedragen op de rekening gestort tot een totaalbedrag van € 61.200,-;
Verder is een bedrag bijgeschreven van € 21.519,88 van [R] LTD te Colombia.
Afschrijvingen:
7 juni 2013 afschrijving € 21.986,35 naar [R] LTD te Colombia;
12 juni 2013 afschrijving € 12.916,32 naar [S] LTD te China;
21 juni 2013 contante opname van € 10.000,-;
24 juni 2013 contante opname van € 10.000,-;
27 juni 2013 afschrijving € 22.374,82 naar [R] LTD te Colombia;
8 juli 2013 afschrijving van € 20.000,- naar [A] BV;
8 juli 2013 contante opname van € 850,-;
9 juli 2013 afschrijving € 2.934,27 naar [T] te China.
10 juli 2013 contante opname van € 10.000,-;
11 juli 2013 contante opname van € 10.000,-;
12 juli 2013 contante opname van € 30.000,-;
15 juli 2013 contante opnames van € 9.400,- en € 10.000,-.
Verder is opvallend dat er een aantal geldbewegingen zijn tussen de rekening die op naam van [B] BV staat en de rekening met nummer [rekeningnummer 6] die op naam van [F] BV staat.
[F] BV
Rekening [rekeningnummer 6]
Op de rekening van [F] BV zijn de volgende geldbewegingen te zien met [B] :
Bijschrijvingen:
10 juli 2013 bijschrijvingen van € 23.000,- en € 25.500,- van [B] BV.
Afschrijvingen:
12 juli 2013 afschrijvingen van € 30.000,- en € 10.000,- naar [B] BV;
15 juli 2013 afschrijving van € 8.384,15 naar [B] BV.
[C] BV
Rekening [rekeningnummer 7]
Het beginsaldo in het onderzoek is € 47,28 negatief. In de periode van 13 juni 2013 tot en met 29 juli 2014 is een bedrag van in totaal € 404.395,85 op de rekening bijgeschreven en een bedrag van in totaal € 404.566,27 afgeschreven. Het saldo is € 217,70 negatief.
Opvallend zijn de volgende transacties:
Bijschrijvingen:
25 juli 2013 bijschrijving van € 67.950,- van [A] BV;
30 juli 2013 bijschrijving van € 82.219,50 van DLL;
27 augustus 2013 bijschrijvingen van € 50.000,- en € 22.600,- van [U] BV Tiel;
29 augustus 2013 bijschrijving van € 11.000,- van [A] BV;
30 augustus 2013 bijschrijving van € 11.000,- van [A] BV;
3 september 2013 bijschrijving van € 11.000,- van [A] BV;
4 september 2013 bijschrijving van € 11.000,- van [A] BV;
5 september 2013 bijschrijving van € 10.000,- van [A] BV;
6 september 2013 bijschrijving van € 10.000,- van [A] BV;
9 september 2013 bijschrijvingen van € 11.000,- en € 10.000,- van [A] BV;
11 september 2013 bijschrijving van € 11.000,- van [A] BV;
12 september 2013 bijschrijving van € 10.000,- van [A] BV;
13 september 2013 bijschrijving van € 10.000,- van [A] BV.
Afschrijvingen:
25 juli 2013 afschrijving van € 63.193,50 naar [A] BV;
25 juli 2013 afschrijving van € 4.756,50 naar [betrokkene 2] (Duitse bankrekening);
30 juli 2013 afschrijving van € 77.463,- naar [A] BV;
31 juli 2013 afschrijving van € 3.940,- naar [betrokkene 2] (Duitse bankrekening);
28 augustus 2013 afschrijving van € 72.500,- naar [V] ;
30 augustus 2013 contante opnames van € 10.000,- en € 1.000,-;
2 september 2013 contante opnames van € 10.000,- en € 1.000,-;
3 september 2013 contante opnames van € 10.000,- en € 1.000,-;
4 september 2013 contante opnames van € 10.000,- en € 1.000,-;
5 september 2013 contante opname van € 10.000,-;
6 september 2013 contante opname van € 10.000,-;
9 september 2013 contante opnames van € 9.000,- en € 1.000,-;
10 september 2013 contante opnames van € 10.000,- en € 1.000,-;
11 september 2013 contante opnames van € 10.000,- en € 1.000,-;
12 september 2013 contante opname van € 10.000,-;
16 september 2013 contante opname van € 10.000,-;
9 oktober 2013 contante opname van € 10.000;
10 oktober 2013 contante opname van € 5.500,-.
[D] BV
Bankrekening [rekeningnummer 4]
Het beginsaldo in het onderzoek is € 505,98. In de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 januari 2014 is een bedrag van in totaal € 827.805,31 op de rekening bijgeschreven en een bedrag van in totaal € 828.311,29 afgeschreven. Het saldo is € 99,76 negatief.
Opvallend zijn de volgende transacties:
Bijschrijvingen:
13 augustus 2013 bijschrijving van € 90.145,- van Paribas;
5 september 2013 bijschrijving van € 205.856,09 van [A] ;
12 september 2013 bijschrijving van € 205.856,09 van tegenrekening [rekeningnummer 8] ;
28 oktober 2013 bijschrijving van € 48.279,- van [A] ;
29 oktober 2013 bijschrijving van € 229.900,- van ABN-AMRO;
Verder zijn stortingen gedaan tot een bedrag van in totaal € 30.360,-.
Afschrijvingen:
14 augustus 2013 afschrijvingen van € 12.988.- en € 36.100,- naar [A] ;
15 augustus 2013 afschrijvingen van € 5.639,-, € 20.875,-, € 3.467,- en € 3.801,- naar [A] ;
15 augustus 2013 contante opname van € 5.000,-;
15 augustus 2013 afschrijving van € 1.500,- naar [I] met als omschrijving "compensatie kosten";
5 september 2013 afschrijvingen met spoedopdracht van € 49.950,-, € 47.744,-, € 42.150,- en € 38.012,- naar [A] ;
5 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
6 september-2013 contante opname van € 5.000,-;
9 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
10 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
11 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
13 september 2013 afschrijvingen met spoedopdracht van € 46.997,80, € 41.025,-, € 48.000,- en € 41.334,- naar [A] ;
13 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
17 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
20 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
23 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
25 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
26 september 2013 contante opname van € 5.000,-;
6 oktober 2013 contante opname van € 1.250,-;
13 oktober 2013 contante opname van € 230,-;
28 oktober 2013 afschrijvingen met spoedopdracht van € 14.000,-, € 13.985,- en € 45.000,- naar [A] ;
30 oktober 2013 afschrijvingen met spoedopdracht van € 49.500,-, € 49.000,-, € 48.500,-, € 30.000,- en € 40.000,- naar [A] ;
30 oktober 2013 contante opname van € 5.000,-;
31 oktober 2013 contante opname van € 3.500,-;
1 november 2013 contante opname van € 5.000,-;
9 november 2013 contante opname van € 1.250,-;
17 november 2013 contante opname van € 1.250,-;
24 november 2013 contante opname van € 150,-.
Het hof leidt uit de verschillende banktransacties ten aanzien van de verschillende B.V.'s af dat de aangevers gelden ter beschikking hebben gesteld in het kader van de afgesloten overeenkomsten.
Verklaringen van verdachten en getuigen
In het onderzoek Harp zijn verschillende verdachten en getuigen gehoord. De verdachten [verdachte] , [betrokkene 15] , [betrokkene 6] , [betrokkene 2] en [betrokkene 9] hebben zich beroepen op hun zwijgrecht. [betrokkene 1] , [medeverdachte] en [betrokkene 11] hebben wel een verklaring afgelegd. Hun verklaringen komen er kort gezegd op neer dat zij (een of meer van) de lease- of huurkoopovereenkomsten en de daarbij behorende facturen nooit eerder hebben gezien en/of dat de op de formulieren voorkomende handtekening(en) niet van hen zijn en/of dat ze niet op de hoogte zijn geweest van de transacties op de bankrekening(en).
Samengevat komen de verklaringen van [betrokkene 1] , [medeverdachte] en [betrokkene 11] erop neer dat zij in zee zijn gegaan met en/of hun BV hebben verkocht aan mensen en dat niet zij, maar een ander/anderen verantwoordelijk is/zijn geweest voor de gesloten overeenkomsten met de aangevers, de ingediende facturen en de (vele) bancaire transacties. Met rechtbank oordeelt het hof de door [betrokkene 1] , [medeverdachte] en [betrokkene 11] geschetste gang van zaken volstrekt ongeloofwaardig. Uit het dossier komt een geheel andere gang van zaken naar voren dan geschetst door [betrokkene 1] , [medeverdachte] en [betrokkene 11] .
Stukken betreffende het leasen van objecten
Er zijn bij DLL, Paribas en ABN-AMRO aanvragen ingediend voor het leasen van vorkheftrucks en koelcontainers. Deze aanvragen hebben geleid tot de volgende huurkoop/leaseovereenkomsten:
DLL:
Op 28 juni 2013 is door [betrokkene 1] een leaseaanbieding van DLL voor akkoord ondertekend, betreffende financiële lease huurkoop van een vorkheftruck, bouwjaar 2012.
Op 4 juli 2013 is in Nijmegen de huurkoopovereenkomst tussen DLL en [A] BV/ [E] BV, betreffende de lease van een vorkheftruck van het merk Clark C 30D, chassisnummer [serienummer 1] , bouwjaar 2012, ondertekend.
Op 4 juli 2013 heeft [A] BV het acceptatiecertificaat ondertekend, waarin staat dat het in de huurkoopovereenkomst omschreven object compleet, gebruiksklaar, in deugdelijke staat en vrij van gebreken op 4 juli 2013 is afgeleverd.
Op 4 juli 2013 heeft [A] BV de akte contractsoverneming ondertekend, waarbij [A] BV de rechtsverhouding als koper uit hoofde van de koopovereenkomst jegens de leverancier (beperkt) overdraagt aan DLL. De akte is ook ondertekend door leverancier [B] BV.
Op 4 juli 2013 is een orderbevestiging van [B] BV (gedateerd 28 juni 2013), betreffende de vorkheftruck Clark C 30D, serienummer [serienummer 1] ondertekend door [betrokkene 1] en [betrokkene 7] .
De factuur van [B] BV is van 28 juni 2013 en betreft een Vorkheftruck Clark C 30D, serienummer [serienummer 1] , factuurbedrag € 33.275,- (inclusief BTW). De factuur is gericht aan DLL.
Op 17 juli 2013 is door [betrokkene 1] een leaseaanbieding van DLL voor akkoord ondertekend, betreffende financiële lease huurkoop van een vorkheftruck van het merk Manitou, type MC 70 Turbo-Powershift, bouwjaar 2013.
Op 25 juli 2013 is in Nijmegen de huurkoopovereenkomst tussen DLL en [A] BV en [E] BV, betreffende de lease van een elektrische vorkheftruck van het merk Manitou type MC 70 Turbo-Powershift, chassisnummer [serienummer 2] , bouwjaar 2013, ondertekend.
Op 25 juli 2013 heeft [A] BV het acceptatiecertificaat ondertekend, waarin staat dat het in de huurkoopovereenkomst omschreven object compleet, gebruiksklaar, in deugdelijke staat en vrij van gebreken op 25 juli 2013 is afgeleverd.
Op 25 juli 2013 heeft [A] BV de akte contractsoverneming ondertekend. Deze is ook ondertekend door leverancier [C] BV.
Op 25 juli 2013 is een orderbevestiging van [C] BV (gedateerd 18 juli 2013), betreffende de vorkheftruck Manitou MC 70 Turbo-Powershift, serienummer [serienummer 2] , ondertekend door [A] BV en door [medeverdachte] .
De factuur van [C] BV is van 25 juli 2013 en betreft Manitou type MC 70 Turbo-Powershift 2013 – 8T – 3M, serienummer [serienummer 2] , factuurbedrag € 82.219,50 (inclusief BTW). De factuur is gericht aan DLL.
Op 9 september 2013 is door [betrokkene 1] een leaseaanbieding van DLL voor akkoord ondertekend, betreffende financiële lease huurkoop van twee mobiele vriescontainers, bouwjaar 2012.
Op 9 september 2013 is in Nijmegen de huurkoopovereenkomst tussen DLL en [A] BV en [E] BV, betreffende de lease van twee mobiele vriescontainers, merk Dawsongroup, type Super Box Unit model SB44/2012, serienummer [serienummer 3] en [serienummer 4] , bouwjaar 2012, ondertekend.
Op 10 september 2013 heeft [A] BV het acceptatiecertificaat ondertekend, waarin staat dat het in de huurkoopovereenkomst omschreven object compleet, gebruiksklaar, in deugdelijke staat en vrij van gebreken op 10 september 2013 is afgeleverd.
Op 10 september 2013 heeft [A] BV de akte contractsoverneming ondertekend. Deze is ook ondertekend door leverancier [D] BV.
De factuur van [D] BV is van 9 september 2013 en betreft Dawsongroup, Super Box Unit model SB 44/2012, serienummer [serienummer 3] en [serienummer 4] , factuurbedrag € 205.856,09 (inclusief BTW). De factuur is gericht aan DLL.
Paribas:
Op 5 juli 2013 is de leaseovereenkomst tussen Paribas en [A] BV, betreffende de lease van een Clark heftruck C 30 D, serienummer [serienummer 5] , ondertekend.
De factuur van [B] is van 3 juli 2013 en betreft vorkheftruck Clark C 30 D, serienummer [serienummer 5] , factuurbedrag € 36.300,- (inclusief BTW).
De factuur is gericht aan Paribas.
Op 12 augustus 2013 is de leaseovereenkomst tussen Paribas en [A] BV, betreffende de lease van een Manitou MC 70 Turbo-Powershift, serienummer [serienummer 6] , ondertekend.
De factuur van [D] BV is van 7 augustus 2013 en betreft Manitou MC 70 Turbo-Powershift, serienummer [serienummer 6] , factuurbedrag € 90.145,-. De factuur is gericht aan Paribas.
ABN-AMRO:
Op 4 juli 2013 is de leaseovereenkomst tussen ABN-AMRO en [A] BV, betreffende de lease van een vorkheftruck Manitou MI 25 D, registratienummer [serienummer 7] , ondertekend. Het financieringsbedrag is € 21.000,-.
De factuur van [B] BV is van 26 juni 2013 en betreft Vorkheftruck Manitou MI 25 D, serienummer [serienummer 7] , factuurbedrag € 27.225,- (inclusief BTW). De factuur is gericht aan [A] BV.
Op 24 juli 2013 is de leaseovereenkomst tussen ABN-AMRO en [A] BV, betreffende een terreinheftruck Manitou MC 70 Turbo-Powershift, registratienummer [serienummer 8] , ondertekend. Het financieringsbedrag is € 67.950,-. De factuur van [C] BV is van 18 juli 2013 en betreft Manitou MC 70 Turbo-Powershift, serienummer [serienummer 8] , factuurbedrag € 82.219,50 (inclusief BTW). De factuur is gericht aan [A] BV.
Op 3 september 2013 is de leaseovereenkomst tussen ABN-AMRO en [A] BV, betreffende de lease van twee koelcontainers van het merk Dawsongroup, model Super Box unit model SB44, bouwjaar 2012, serienummers [serienummer 9] en [serienummer 10] , ondertekend. Het financieringsbedrag is € 162.000,-.
De factuur van [D] BV is van 29 augustus 2013 en betreft merk Dawsongroup, model Super Box Unit model SB 44/2012, bouwjaar 2012, serienummers [serienummer 9] en [serienummer 10] , factuurbedrag € 205.856,09 (inclusief BTW). De factuur is gericht aan [A] BV.
Op 28 oktober 2013 is in Utrecht de leaseovereenkomst tussen ABN-AMRO en [A] BV, betreffende de lease van twee koelcontainers van het merk Dawsongroup, type Super Box Unit SB44, bouwjaar 2013, serienummers [serienummer 11] en [serienummer 12] , ondertekend. Het financieringsbedrag is € 229.900,-.
De factuur van [D] BV is van 28 oktober 2013 en betreft merk Dawsongroup, model Super Box Unit model SB 44/2012, bouwjaar 2013, serienummers [serienummer 11] en [serienummer 12] , factuurbedrag € 278.179,- (inclusief BTW). De factuur is gericht aan [A] BV.
Geleasde objecten
De leveranciers/importeurs van de in de leaseovereenkomsten genoemde objecten zijn als getuigen gehoord.
[betrokkene 16] heeft verklaard dat hij een aantal keren contact heeft gehad met [betrokkene 1] , dat hij een offerte heeft opgemaakt en opgestuurd, maar dat Dawsongroup geen goederen heeft geleverd aan [betrokkene 1] .
[betrokkene 16] kent het bedrijf [D] BV niet, net zo min als de naam [betrokkene 11] . Hij heeft niet aan dit bedrijf of deze persoon geleverd. De serienummers [serienummer 9] , [serienummer 10] , [serienummer 3] en [serienummer 4] bestaan niet. Hij heeft contact gehad met de moedermaatschappij in Engeland en die heeft hem dit verzekerd. Ze bouwen de koelcontainers zelf en geven zelf nummers aan de koelcontainers. De laatste koelcontainer met oud materiaal heeft nummer [serienummer 13] . Daarna zijn ze begonnen met een ander materiaal en begonnen met serienummer [serienummer 14] .
[betrokkene 17] , werkzaam bij het bedrijf [W] , hoofddealer voor het merk Clark, heeft verklaard dat serienummer [serienummer 1] bij een vorkheftruck hoort die in 2012 is verkocht. De heftruck is nog in het bezit van die klant. Serienummer [serienummer 5] bestaat niet. De namen van de rechtspersonen en de daarbij horende personen zeggen [betrokkene 17] niets en komen ook niet voor in de systemen van het bedrijf.
[betrokkene 18] is werkzaam bij de firma [X] in Laren, importeur voor onder andere Manitou bewerkingsmachines. Over de drie typenummers en bijbehorende serienummers die aan getuige zijn getoond, verklaart hij dat deze types wel bestaan, maar dat de serienummers niet kunnen kloppen. De Manitou machines hebben altijd 6 cijfers en dit zijn 7 cijfers. De eerste 2 types zijn in Nederland nooit geleverd. De namen van de rechtspersonen en de daarbij behorende personen komen [betrokkene 18] niet bekend voor en komen ook niet in het systeem van de firma voor.
Het oordeel van bet hof
Het hof constateert op grond van voormelde bewijsmiddelen dat uit de bankafschriften van de verschillende BV's blijkt dat de aangevers gelden ter beschikking hebben gesteld in het kader van de afgesloten leaseovereenkomsten. Ter onderbouwing van de leaseaanvragen zijn facturen ingediend voor de levering van vorkheftrucks en koelcontainers die niet hebben bestaan, dan wel geen (beschikbaar) leaseobject konden zijn. Dit leidt tot de conclusie dat die facturen vals zijn opgemaakt. De gelden die door de banken naar aanleiding van deze leaseovereenkomsten beschikbaar zijn gesteld, zijn dus van een misdrijf, te weten oplichting, afkomstig.
Op grond van de voormelde bewijsmiddelen is het hof verder van oordeel dat ter onderbouwing van de investerings- en kredietaanvraag bij de ING jaarcijfers zijn gehanteerd en een verklaring over de jaaromzet, winst en bedrijfsactiviteiten is afgelegd die onjuist en in strijd met de waarheid zijn. De gelden die de ING beschikbaar heeft gesteld, zijn dus eveneens van oplichting afkomstig.
Uit de bankafschriften van de BV’s blijkt dat er direct na het beschikbaar stellen van de gelden door de banken een veelheid aan bancaire transacties is te zien. Grote bedragen zijn tussen de bankrekeningen van [A] BV en de bankrekeningen van [B] BV, [C] BV en [D] BV rondgepompt, grote bedragen zijn contant opgenomen en er zijn vele stortingen van grote geldbedragen gedaan.
Verder blijkt uit de uittreksels van de KvK dat er in de tenlastegelegde periode een veelheid aan bestuurders- en aandeelhouderswisselingen heeft plaatsgevonden bij de verschillende betrokken vennootschappen.
Verdachten hebben geen verklaring gegeven voor de vele transacties in die zin dat daar daadwerkelijke (legale) handelspraktijken aan ten grondslag liggen. Evenmin hebben verdachten een verklaring gegeven voor de vele bestuurders- en aandeelhouderswisselingen.
De verdachte heeft niet als bestuurder of aandeelhouder van een van de betrokken BV's ingeschreven gestaan. Medeverdachte [betrokkene 1] heeft echter voor hem belastende verklaringen afgelegd.
Uit het interview van onderzoeksbureau I-TEK BV met [betrokkene 1] is naar voren gekomen dat [betrokkene 1] in 2011 twee lege BV’s heeft gekocht, [A] BV en [E] BV. Hij heeft geen activiteiten verricht met deze BV’s en nihil aangiftes gedaan bij de Belastingdienst. In mei/juni 2013 is hij benaderd door twee personen, [verdachte] en [betrokkene 19] . Zij wilden de BV’s overnemen voor € 10.000,- en met de BV’s in de voedingsmiddelenindustrie gaan werken. Zij zijn waarschijnlijk in het bezit van zijn telefoonnummer gekomen via een eerder contact in Uchgelen, [betrokkene 20] . [betrokkene 1] heeft voor [Y] BV gewerkt en [betrokkene 20] was toen een contact van hem. [betrokkene 1] heeft verder over zijn contacten met [verdachte] verklaard dat hij op een zeker moment een telefoontje kreeg van een persoon die zich [betrokkene 21] noemde. Hij herkende de man aan de telefoon als [verdachte] . [betrokkene 1] omschrijft [verdachte] als volgt: blond haar tot op de schouders, bruin 'zonnebank’ gezicht, ziet er goed uit, normaal postuur, ca 35/38 jaar, ca 1.80 lang en netjes gekleed.
Uit onderzoek door de politie is gebleken dat [betrokkene 20] in een groot aantal fraudezaken subject van onderzoek is geweest en dat [verdachte] een contact is van [betrokkene 20] . Zij komen veelvuldig samen voor in mutaties binnen opsporingsonderzoeken. De uiterlijke kenmerken van [verdachte] komen overeen met de beschrijving die [betrokkene 1] van hem heeft gegeven.
Aan [betrokkene 1] zijn twee foto’s getoond. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij op de eerste foto, waarop een man staat afgebeeld met lange blonde haren, de persoon herkent als persoon die hij heeft aangeduid met [verdachte] .
[verdachte] is door meerdere getuigen herkend:
[betrokkene 22] , werkzaam op het adres [b-straat 1] Nijmegen, heeft verklaard dat hij bij het pand "snelle jongens” heeft gezien. Er is wat bedrijvigheid geweest. Bij de hal zijn een paar vrachtwagens geweest. In de hal heeft een aantal malen een koelcontainer met ingevroren kip gestaan. Er zijn ook wel eens pallets met goederen gelost en in de hal opgeslagen. Een groot deel van de hal bleef onbenut. Een van de mannen had wat langer haar, was ongeveer 45 jaar en 180 cm lang. [betrokkene 22] herkent op een van de foto’s die hem worden getoond de man met blond krullend haar voor 100% als de snelle jongen die hij ook wel eens in pak heeft gezien.
[betrokkene 23] , werkzaam op het adres [b-straat 1] Nijmegen, heeft verklaard dat hij een aantal malen heeft gezien dat goederen werden geladen en/of gelost, vaak buitenlandse vrachtwagencombinaties. Vaak waren twee mannen aan het werk, de ene een snelle jongen, ongeveer 45 jaar, 180 cm, en een normaal postuur. Hij herkent op de foto's de man met het lange blonde haar voor 100% als de snelle jongen.
[betrokkene 24] en [betrokkene 25] , beiden werkzaam bij [Z] , waar [betrokkene 1] destijds werkzaam was, hebben op de aan hen getoonde foto 1 de man herkend die wel eens binnen was geweest bij [Z] .
Foto 1 van de aan [betrokkene 24] en [betrokkene 25] getoonde foto's betrof een afbeelding van [verdachte] . Aan [betrokkene 22] en [betrokkene 23] is dezelfde foto getoond.
Uit de bankafschriften van de BV's blijkt dat er direct na het beschikbaar stellen van de gelden door de banken een veelheid aan bancaire transacties is te zien. Grote bedragen zijn tussen de bankrekeningen van [A] BV en de bankrekeningen van [B] BV, [C] BV en [D] BV rondgepompt, grote bedragen zijn contant opgenomen en er zijn vele stortingen van grote geldbedragen gedaan.
Verder blijkt uit de uittreksels van de KvK dat er in de tenlastegelegde periode een veelheid aan bestuurders- en aandeelhouderswisselingen heeft plaatsgevonden bij de verschillende betrokken vennootschappen.
Verdachten hebben geen verklaring gegeven voor de vele transacties in die zin dat daar daadwerkelijke (legale) handelspraktijken aan ten grondslag liggen. Evenmin hebben verdachten een verklaring gegeven voor de vele bestuurders- en aandeelhouderswisselingen.
Gezien de aard van de feiten en de logistieke en feitelijke samenhang tussen de verschillende uitvoeringshandelingen kan het niet anders zijn dan dat sprake is geweest van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking en dat daarmee de schuld van verdachte wettig en overtuigend is bewezen.
De conclusie is dat de verdachten [betrokkene 1] , [verdachte] , [medeverdachte] en [betrokkene 2] hebben samengewerkt bij het verhullen van gelden die van misdrijf afkomstig zijn. Gezien de aangiftes en de overige stukken in het dossier is de conclusie ook dat zij hebben geweten (en gewild) dat dit misdrijf oplichting van in de dagvaarding genoemde financiële instellingen betrof.”