ECLI:NL:HR:2023:867

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
21/05269
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:634 BWArt. 7:639 BWArt. 7:645 BWArt. 110 cao NS
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over uitleg vakantiebegrip en pensioenpremie in cao NS

In deze cassatieprocedure stond de uitleg van het begrip 'vakantie' in artikel 7:634 BW Pro centraal, evenals de vraag of bovenwettelijke vakantie kan worden ingezet voor andere doeleinden zonder verlies van recht op loon, en de toepassing van cao NS en vaststellingsovereenkomsten. De zaak betrof een geschil tussen NS Reizigers B.V. en een werknemer over pensioenpremies gerelateerd aan de compensatie onregelmatigheid.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en concludeerde dat de onderdelen 1 tot en met 4 van het cassatiemiddel niet slaagden, maar dat onderdeel 5 wel gegrond was. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitsluitend voor zover NSR werd veroordeeld tot afdracht of nabetaling van pensioenpremies over de compensatie onregelmatigheid uit artikel 110 van Pro de cao.

Voor het overige werd het beroep verworpen. Tevens werd de verweerder veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak verduidelijkt de uitleg van het begrip vakantie in relatie tot loon en cao-bepalingen en bevestigt de grenzen van het afwijken van dwingend recht en de rechtsstrijd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover NSR is veroordeeld tot nabetaling van pensioenpremie over de compensatie onregelmatigheid en wijst het beroep voor het overige af.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/05269
Datum9 juni 2023
ARREST
In de zaak van
NS REIZIGERS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
hierna: NSR,
advocaat: S.F. Sagel,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: H.J.W. Alt.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7350569 UC EXPL 18-12793 JH/1050 van de kantonrechter te Utrecht van 22 mei 2019 en 2 oktober 2019;
b. de arresten in de zaak 200.265.401 en 200.267.721 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2021 en 21 september 2021.
NSR heeft tegen het arrest van het hof van 21 september 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor NSR mede door K.A. Gorgun en I.L.N. Timp.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot vernietiging en tot afdoening als hiervoor onder 6.36 vermeld.

2.Beoordeling van het middel

Op de gronden vermeld in HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:816 kunnen de onderdelen 1-4 van het middel niet tot cassatie leiden en slaagt de klacht van onderdeel 5. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door het bestreden arrest op laatstgenoemd onderdeel te vernietigen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2021, maar uitsluitend voor zover NSR daarin is veroordeeld tot afdracht c.q. nabetaling van de pensioenpremie over de Compensatie Onregelmatigheid van artikel 110 cao Pro;
- verwerpt het beroep voor het overige;
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NSR begroot op € 945,32 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
9 juni 2023.